Operating instructions
21
ADVANCED SURROUND
Alleen met 2 of meerdere audiokanalen
Realiseert een surroundsound-achtig effect via de beide voorste luidsprekers
( SP ) of hoofdtelefoon ( HP ).
!
A.SRD
Verdere functies
Bij iedere toetsdruk verandert de displayweergave. Met en kunt u van SP op HP
omschakelen:
SP 1/HP 1 : normale effectomvang
SP 2/HP 2 : versterkte effectomvang
SP OFF/HP OFF : Advanced Surround-effect uitgesch. (in de fabriek stand. ingesteld)
D
De functie ADVANCED SURROUND wordt niet door alle discs ondersteund.
D
Schakel het Advanced Surround-effect uit wanneer er vervorm. in de klank optreden.
D
Wanneer u Dolby Pro Logic gebruikt, schakelt u ADVANCED SURROUND uit .
Dolby Pro Logic werkt niet correct wanneer ADVANCED SURROUND ingeschakeld is.
CINEMA
U kunt de beeldkwaliteit bij films veranderen:
!
CINEMA
Met kunt u verschillende instellingen selecteren:
CINEMA 1 : verbeterde detailcontrast van donkere scènes.
CINEMA 2 : verbeterde lichtsterkte-instelling van donkere scènes
GEBRUIKER : individuele instelling voor kleur, contrast, lichtsterkte.
Alleen S35 : instelling beeldscherpte, gamma (lichtsterkteverdeling).
NORMAAL : normaal : standaardinstelling in de fabriek.
DIALOGUE ENHANCER ( Dialoogversterker )
Alleen in het formaat Dolby Digitaal en DTS met 3 of meerdere kanalen.
Het volume van het digitale geluid wordt verhoogd, zodat dialogen van speelfilms beter
te verstaan zijn:
!
D.ENH
Bij iedere toetsdruk wisselt de displayweergave:
DIALOGUE ENHANCER ON
DIALOGUE ENHANCER OFF: in de fabriek standaard ingesteld.
D
De functie D.ENH wordt niet door alle discs ondersteund.
DVD-V
DVD-V
RAM
VCD
SP
1
SP
2
SP
OFF
HP
1
HP
2
HP
OFF
ON
OFF
Cinema1
Normaal
Gebruiker
Cinema2
DVD-V
RAM
VCD
DVD-A
JPEG










