Operating instructions
167
Aanhangsel
Contrast De aftastgevoeligheid (licht of donker) van uw originele te verzenden pagina’s.
Controlestempel Een door de gebruiker instelbare controlestempel kan worden aangebracht op gescande
documenten die met succes verzonden zijn.
DDD (Direct Distance
Dialing)
Een telefonische dienst waarmee nummerkeuze zonder assistentie van de gebruiker
mogelijk is.
Direct kiezen De methode van kiezen waarbij het volledige telefoonnummer of e-mailadres met behulp
van de toetsenbord wordt ingevoerd.
Direct SMTP Maakt het voor internetfaxtoestellen mogelijk om binnen de firewall (intranet) rechtstreeks en
zonder tussenkomst van een mailserver met elkaar te communiceren, zodat de mailserver
kan worden ontlast.
DNS (Domain Name
Server)
Het is de taak van de DNS-server om gegevens over domeinen op te slaan, zoals de Fully
Qualified Domain Names (FQDN), en deze in TCP/IP-adressen te vertalen.
Domeinnaam Een unieke naam waarmee een internetpagina geïdentificeerd kan worden.
Domeinnamen bestaan altijd uit tenminste 2 delen, die door punten van elkaar worden
gescheiden.
Het gedeelte aan de linkerkant is altijd zeer specifiek, en dat aan de rechterkant altijd zeer
algemeen.
DTMF Dual Tone Multi-Frequency. Methode voor het nummerkiezen waarbij voor elk cijfer van de
kiestoetsen een frequentie wordt verzonden. Algemeen bekend als toonkiezen.
Duplex scannen De mogelijkheid om beide zijden van een dubbelzijdig origineel in te scannen voor
verzending.
E-mailadres Het adres waar gegevens in de vorm van e-mail naar toe kunnen worden gestuurd en
kunnen worden ontvangen. Het bestaat uit een gebruikersnaam, een subdomeinnaam en
een domeinnaam.
ECM Error Correction Mode. De mogelijkheid om verzendingsfouten te corrigeren naarmate ze
tijdens de verzending worden ontdekt.
Eindontvangststation In een relaisnetwerk is dit het eindstation dat het document zal ontvangen.
Energiespaarstand Bespaart energie door minder stroom te verbruiken dan in stand-by door na de ingestelde
tijd het verwarmingselement uit te schakelen.
Ethernet Een veelgebruikte methode om computers en randapparatuur in een lokaal netwerk onder te
brengen.
Ethernet heeft een capaciteit tot 100 Mbps en kan met bijna elke computer worden gebruikt.
Faxberichten doorsturen De mogelijkheid om alle binnenkomende faxberichten door te sturen naar een in het
adresboek geprogrammeerde bestemming.
Faxparameterlijst De lijst met standaardfaxparameterinstellingen die u in uw toestel hebt geprogrammeerd.
Foto Een scantechniek om meerdere grijsniveau’s te kunnen onderscheiden van zwart en wit. Uw
faxtoestel kan in de foto-modus onderscheid maken tussen 256 grijsniveau’s.
Function De toets op het bedieningspaneel waarmee een verrichting of de instelling van een
mogelijkheid wordt begonnen.
G3 (Groep 3) Verwijst naar het geheel van normen en transmissiemogelijkheden van de huidige generatie
faxtoestellen.










