Operating instructions

35
3
4
5
6
4
5
3
Functie
Instellingen kopieermachine
:
Printer instellingen:
Scanner Instellingen:
Fax/e-mail instelling:
Veranderen van de standaardinstellingen voor de kopieerfunctie.
Oorspronkelijke instelling voor elk van de kopieerfuncties
(Zie pagina 38)
Voor de beheerder:
originelen-instelling, contrast, enz.
(Zie pagina 39)
Wijzigen van de standaard printer-instellingen.
Oorspronkelijke instelling voor elk van de afdrukfuncties
(Zie pagina 39 en 40)
Voor de key-operator:
Job afwerktijd, paginabeveiliging, foutpagina afdrukken, spool-
functie, PS configuratie, fontlijst afdrukken, brievenbus
gegevens bewaren enz. (zie pag. 40 en 41)
OPMERKING
:
Normaal zal het niet nodig zijn de afdrukinstellingen aan te passen.
Maar als u bijvoorbeeld tekstgegevens rechtstreeks van een
MS-DOS programma naar de printer wilt sturen, kunnen er
daarvoor speciale afdrukinstellingen vereist zijn.
Veranderen van de standaardinstellingen voor de scannerfunctie
Standaard origineel instelling, compressiefunctie, resolutie,enz.
(Zie pagina 41)
Veranderen van de standaardinstellingen voor de Fax/e-mail (i-FAX)
functies
Zie de gebruiksaanwijzingen (voor Faxfuncties & Internet-fax/e-mail)
Kies een functie met de op/neer/links/
rechts toetsen of met de cijfertoetsen.
of
Bij keuze van de
beheerdersstand:
(bijv. Algemene instellingen)
Kies de gewenste
functieparameter(s).
Kies een instelling met de cijfertoetsen.
Leg de gekozen instelling vast met de SET toets.
Afsluiten van
deze functie-
instelling
09 TOETSBED. MODUS
❚❚❚
Kies de gewenste
functieparameter(s).
Voer het wachtwoord
voor de beheerder in
(3 cijfers)
(Zie pagina 13)
Kies een functie met de op/neer/links/
rechts toetsen of met de cijfertoetsen.
Kies een instelling met de cijfertoetsen.
Leg de gekozen instelling vast met de
SET toets.
Afsluiten van
deze functie-
instelling