Operating instructions

45
3 4 5
5
4 6
09 TOETSBED. MODUS
❚❚❚
3
Instellingen voor kopiëren:
Afdrukinstellingen:
Scanner Instellingen:
Fax/e-mail instelling:
Veranderen van de standaardinstellingen voor de kopieerfunctie.
Standaardinstellingen voor elk van de kopieerfuncties
(zie pag. 49 en 50)
Voor de key-operator:
Instelling voor het origineel, contrast, enz.
(zie pag. 50 en 51)
Wijzigen van de standaard printer-instellingen.
Standaardinstellingen voor elk van de printerfuncties.
(zie pag. 51)
Voor de key-operator:
Job afwerktijd, paginabeveiliging, foutpagina afdrukken,
spool-functie, PS configuratie, fontlijst afdrukken,
brievenbus gegevens bewaren enz.
(zie pag. 52)
Gewoonlijk zal het niet nodig zijn de afdrukinstellingen aan te
passen. Maar als u bijvoorbeeld tekstgegevens rechtstreeks van
een MS-DOS programma naar de printer wilt sturen, kunnen er
daarvoor speciale afdrukinstellingen vereist zijn.
Veranderen van de standaardinstellingen voor de scannerfunctie
Originelen stand, compressie stand, resolutie, etc.
(zie pag. 53)
Wijzigen van de oorspronkelijke fax/e-mail instellingen
Zie de gebruiksaanwijzingen (voor Faxfuncties & Internet-fax/
e-mail)
Kies een functie met de op/neer/links/
rechts-toetsen of de cijfertoetsen.
of
Bij keuze van de beheerdersstand:
(bijv. Algemene instellingen)
Kies de gewenste
functieparameter(s).
Kies een instelling met de
cijfertoetsen.
Leg de gekozen instelling
vast met de SET toets.
Afsluiten van
deze functie-
instelling
Voer het
wachtwoord voor
de beheerder in
(3 cijfers)
(Zie pagina 13)
Kies de gewenste functieparameter(s).
Kies een functie met de op/neer/links/rechts-
toetsen of de cijfertoetsen.
Kies een instelling met de cijfertoetsen.
Leg de gekozen instelling vast met de SET toets.
Afsluiten van
deze functie-
instelling
Functie