Operating Instructions

- 26 -
Afspelen
U kunt een smartphone of tablet als Digital Media
Controller (DMC) gebruiken om inhouden vanaf de
DLNA-server op de Renderer (dit toestel) af te spelen.
Mogelijke toepassingen:
* Er dient DMC-compatibele software geïnstalleerd te
worden.
Voorbereidingen
Voer de stappen 1 en 2 uit. (> 25)
3 Voeg de inhouden en de map toe aan de
bibliotheken van de Windows Media
®
Player of de
Smartphone, enz.
Afspeellijst van Windows Media
®
Player kan
alleen de inhouden afspelen die in de bibliotheken
bewaard zijn.
4 Voer de “Afstandsapparaatinstellingen” uit. (> 34)
U kunt tot 16 inrichtingen registeren.
1 Druk op [HOME].
4 Selecteer “Media Renderer”.
6 Bedien de DMC-compatibele apparatuur.
Verlaten van het Media Renderer beeldscherm
Druk op [HOME].
Al naargelang de inhouden en de aangesloten apparatuur
kan het zijn dat afspelen niet mogelijk is.
Onderdelen die afgebeeld worden in het grijs op de display
kunnen niet afgespeeld worden door dit apparaat.
Dit toestel kan alleen via de aangesloten apparatuur
afspelen als de bediening plaatsvindt met gebruik van
DMC.
Gebruik van de Digital Media
Controller
Met de fabrieksinstelling zal de naam van het
toestel als volgt weergegeven worden:
[BDT330] > DMP-BDT330/5
[BDT233] [BDT230] > DMP-BDT230/3/4/5
[BDT131] [BDT130] > DMP-BDT130/1
*
*
*
Renderer
Server
Controller
Renderer
Server
i
Controller
2 Selecteer “Netwerk”.
3 Selecteer “Thuisnetwerk”.
5 [BDT330] [BDT233] [BDT230] Selecteer
“Thuisnetwerk” of “Wi-Fi Direct” en druk op
[OK], volg dan de aanwijzingen op het scherm.
DLNA en Media Renderer
Voor meer details, raadpleeg de volgende website en de
gebruiksaanwijzing voor elk van de apparatuur.
http://panasonic.jp/support/global/cs/
(Deze website is alleen in het Engels.)
[BDT330] [BDT233] [BDT230] : Tijdens het gebruik van het
kenmerk Thuisnetwerk is de Wi-Fi Direct-verbinding
slechts van tijdelijke aard en bij het verlaten keert de
verbindingsmethode van het netwerk weer terug naar de
oorspronkelijke instelling.
Afhankelijk van de apparatuur of de verbindingsomgeving
kan de snelheid van de gegevensoverdracht afnemen.