Operating Instructions
Toepassing (opname)
Burst-functie
SQW0202
- 105 -
●
Beelden die worden opgenomen met de instelling [ ] of [ ] worden gezamenlijk
als groep opgenomen (beeldgroep). (→160)
●
Als er verandering komt in de helderheid van het onderwerp, kunnen de tweede en
volgende beelden lichter of donkerder worden bij gebruik van de Burst-functie in de
instelling [ ], [ ], [ ] of [ ].
●
De Burst-snelheid kan minder worden als de sluitertijd langer wordt in een donkere
omgeving.
●
Beelden die zijn opgenomen met de Burst-functie in de [ ] of [ ] instelling kunnen
vervorming tonen als de onderwerpen bewogen of als de camera bewogen is.
●
De flitser wordt ingesteld op [ ] ([Gedwongen uit]). (Met uitzondering van [ ]
([Flitsburst]))
●
De instellingen worden in het geheugen opgeslagen, zelfs als de camera wordt
uitgeschakeld.
●
De burstfunctie kan in de volgende gevallen niet worden gebruikt:
• Scènemodi ([Nachtop. uit hand], [HDR], [Sterrenhemel], [Film in hoge snelheid],
[3D Foto Mode])
• [Creatieve opties]-modus ([Speelgoedcam.effect], [Miniatuureffect], [Zachte focus],
[Sterfilter])
• Wanneer [Intervalopname] wordt gebruikt
●
Er kan niet worden ingesteld op [ ] of [ ] in de onderstaande gevallen:
• [Intelligent auto]-modus
• Scènemodi ([Nachtportret], [Nachtl.schap], [H. gevoeligh.])
• Wanneer de instelling [Kwaliteit] op [ ], [ ] of [ ] is gezet
●
De opslag van foto’s die zijn gemaakt met de Burst-functie kan enige tijd vergen. Als
u doorgaat met opnemen tijdens het opslaan, kan het aantal burstbeelden dat kan
worden vastgelegd bij een burstopname worden beperkt. Een kaart met een hoge
snelheid wordt aanbevolen wanneer u opneemt met de burstfunctie.
●
U kunt zoom niet gebruiken tijdens burstopnamen.










