Operating Instructions

1
/
3
OPNAME
GEVOELIGHEID
ASPECTRATIO
FOTO RES.
KWALITEIT
WITBALANS
AUTO
SELEC EXIT
AWB
10000K
9000K
8000K
7000K
6000K
5000K
4000K
3000K
2000K
1000K
INST.
WIT INSTELLEN
ANNUL
WB INSTELLEN
ROOD BLAUW
SELEC EXIT
4
3
3
2 9
16
50 VQT1B69 VQT1B69 51
Toepassingen
(Fotograferen)
11
Gebruik van het menu
OPNAME
Er kunnen gedetailleerde instellingen worden ingevoerd voor opnamen, zoals kleur,
gevoeligheid, aspectratio (beeldverhouding) en fotoresolutie.
De opties verschillen, afhankelijk van de modus.
Instellingen van het menu OPNAME (blz. 16)
De standaardinstelling is als volgt gemarkeerd:
De ‘snelle instellingsmodus’ (blz. 57) is nuttig om vaak gebruikte
menu’s snel op te roepen.
‘AWB’ functioneert in bepaalde
omstandigheden niet normaal, zoals onder
rood licht (bijvoorbeeld kaarslicht), blauw licht
(bijvoorbeeld een tv-scherm) of een combinatie
van lichtbronnen, of bij de afwezigheid van
kleuren die lijken op wit.
We raden aan ‘AWB’/‘ in te stellen onder
tl-licht.
Maakt alleen een
foto van witte
objecten in het
frame (stap )
Verandert in rood
(blauw) wanneer u
verfijningen aanbrengt
WITBALANS
Dezelfde kleur kan blauwer of roder lijken, afhankelijk van de lichtbron (zon, lampen
enzovoort). Kleuren kunnen naar hun natuurlijk uiterlijk worden aangepast door de
witbalans aan te passen.
Instellingen waarvoor deze geldt:
Instellingen:
AWB
(automatisch) / (buiten, heldere lucht) / (buiten,
bewolkt) /
(buiten, schaduw) / (gloeilamplicht) /
(gebruikt de waarden ingesteld in
) / (handmatig
instellen)
Witbalans handmatig instellen ( )
Selecteer en druk op ‘MENU/SET’.
Richt de camera op een wit voorwerp (bijvoorbeeld papier) en
druk op ‘MENU/SET’.
Druk twee keer op ‘MENU/SET’.
(Of druk de ontspanknop half in.)
Wanneer u deze instelling gebruikt, wordt de verfijning van de
witbalans (zie onder) gereset.
Verfijning witbalans (exclusief ‘AWB’)
Druk enkele keren op totdat ‘WB INSTELLEN’ wordt
weergegeven.
Stel in met bij veel rood, stel in met bij veel blauw.
Druk op ‘MENU/SET’ (of druk de ontspanknop half in).
Gebruiksgebied ‘AWB’: (Met ‘AWB’ wordt de optimale witbalans automatisch ingesteld.)
Bewolkte lucht (regen)
Schaduw
Tv-scherm
Gloeilamplicht
Zonsondergang/zonsopgang
Kaarslicht
Zonlicht
Wit tl-licht
Blauwe lucht
GEVOELIGHEID
Gevoeligheid instellen afhankelijk van de hoeveelheid licht. We raden hogere instellingen
aan om duidelijke opnamen te maken op donkerdere locaties.
Instellingen waarvoor deze geldt:
Instellingen:
AUTO
(automatisch) /100 / 200 / 400 / 800 / 1250
(in de modus
: ‘ISO-LIMIET’ 400 /
800
/ 1250)
AUTO: automatisch instellen met een bereik tot 200 (640 wanneer u de flitser
gebruikt) afhankelijk van de hoeveelheid licht.
U kunt de maximale ISO-gevoeligheid (‘ISO-LIMIET’) instellen als u de modus
gebruikt.
Instelinstructies
GEVOELIGHEID 100 1250
Locatie (aanbevolen) Licht (buiten) Donker
Sluitertijd Traag Snel
Interferentie Laag Hoog
ASPECTRATIO
De aspectratio (beeldverhouding) van de foto kan worden gewijzigd, afhankelijk van het
formaat voor afspelen of afdrukken.
Instellingen waarvoor deze geldt:
Instellingen:
Hetzelfde als een tv- of
computerscherm van
4:3
Hetzelfde als een
normale filmcamera
Voor afspelen op
breedbeeld-tv/high-
definition-tv
Bij het afdrukken kunnen er randen worden afgesneden. Controleer dit vooraf (blz. 88).
(Alleen foto’s)
’, ‘ ’, ‘ ’, ‘ en ‘ ’ kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld.
De instellingen worden in het geheugen opgeslagen, zelfs als de camera wordt uitgeschakeld.
De instellingen blijven toegepast wanneer u de flitser gebruikt.
Hoewel de instelling ‘AWB’ in de scènemodus ‘ONDER WATER’ vaststaat (blz. 44),
kunnen nog steeds verfijningen worden uitgevoerd.
Verfijningen kunnen niet worden ingesteld wanneer de ‘KLEURFUNCTIE’ (blz. 57) is
ingesteld op ‘COOL’, ‘WARM’, ‘B/W’ of ‘SEPIA’.