Operating Instructions

46 VQT3H51 VQT3H51 47
Corrigeert de belichting wanneer een goede belichting niet mogelijk is (bij grote
verschillen tussen de helderheid van het object en de achtergrond enzovoort).
Afhankelijk van de helderheid is dit in sommige gevallen niet mogelijk.
Na het bijregelen van de belichting zal de compensatiewaarde ( bijvoorbeeld)
worden aangegeven.
De belichtingscompensatiewaarde die u instelt, blijft behouden, zelfs nadat de camera
is uitgeschakeld.
De belichtingscompensatie kan niet worden gebruikt bij de [Sterrenhemel] scènefunctie.
Geef [Belichting] weer
Selecteer een waarde
• Als het beeld te donker is, regelt u de
belichting bij in de "+" richting.
• Als het beeld te licht is, regelt u de
belichting bij in de "-" richting.
Foto’s maken met belichtingscompensatie
Opnamemodus:
Er worden 3 opeenvolgende foto’s gemaakt en de belichting wordt automatisch gewijzigd.
Na de belichtingscompensatie wordt de compensatiewaarde als standaard ingesteld.
Geef [Auto bracket] weer
Druk enkele keren op om [Belichting]
op [Auto bracket] te zetten
Selecteer een waarde
Weergegeven
waarde na instelling
belichtingscompensatie
• De eerste foto wordt genomen zonder
belichtingscompensatie, de tweede
foto wordt genomen met de belichting
bijgeregeld in de "-" richting en de derde
foto wordt genomen met de belichting
bijgeregeld in de "+" richting.
Kan niet worden gebruikt met de flitser.
Geannuleerd wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.
Wanneer u instelt op [Auto bracket], wordt de [Burstfunctie] uitgeschakeld.
Kan niet worden ingesteld in de scènemodi [Transformeren], [Panorama assist], [Hi-
speed burst], [Flitsburst], [Sterrenhemel], [Speldenprik], [Zandstraal] en [Foto frame] of
bij het opnemen van een film.
Opnemen terwijl de belichting automatisch wordt
gewijzigd ([Auto bracket])
Opnamemodus: