Operating Instructions
- 78 -
Opnemen
∫ Opstelling [ ] ([Tracking AF])
Lijn het onderwerp uit met de AF-opsporingsframe en druk dan op 4
om op het onderwerp te vergrendelen.
A AF-volgframe
• De AF-zone zal geel weergegeven worden wanneer een onderwerp herkend
wordt en de scherpstelling zal voortdurend bijgesteld worden en de beweging
van het onderwerp volgen (dynamisch volgen).
• AF-opsporing wordt geannuleerd wanneer er opnieuw op 4 gedrukt wordt.
Aantekening
•
Dynamische opsporing-functie zou niet kunnen werken in de volgende gevallen:
– Wanneer het onderwerp te klein is
– Wanneer de opnameplaats te donker of te helder is
– Wanneer het onderwerp te snel beweegt
– Wanneer de achtergrond dezelfde of een soortgelijke kleur heeft als het onderwerp
– Wanneer er zich golfstoring voordoet
– Wanneer u de zoom gebruikt
• Als de vergrendeling niet werkt, zal het AF tracking-frame rood worden en vervolgens verdwijnen.
Druk opnieuw op 4.
• De camera neemt beelden met [AF mode] op als [Ø], indien vergrendeld, of als Dynamic Tracking
niet werkt.
A










