Operating Instructions
- 135 -
Wi-Fi
Om incorrecte hantering of gebruik van de Wi-Fi functie door derden te voorkomen en
om opgeslagen informatie te beschermen, wordt het aanbevolen dat u de Wi-Fi functie
met een wachtwoord beschermt.
Instellen van een wachtwoord zal automatisch het wachtwoord-invoerscherm weergeven
wanneer de Wi-Fi functie gebruikt wordt.
1
Selecteer [Wi-Fi setup] in het [Wi-Fi] menu. (P41)
2
Druk op 3/4 om [Wi-Fi-wachtwoord] te selecteren en druk op [MENU/
SET].
3
Druk op 3/4 om [Instellen] te selecteren en druk op [MENU/SET].
4
Voer een wachtwoord in en druk op [MENU/SET].
• Voer een 4-cijferig nummer in als het wachtwoord.
• Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P71.
5
Voer het wachtwoord dat ingevoerd is in stap 4 opnieuw in en druk op
[MENU/SET].
• Sluit het menu na het veranderen van de instellingen.
∫ Annuleer het Wi-Fi-wachtwoord
1 Selecteer [Wi-Fi setup] in het [Wi-Fi] menu. (P41)
2 Druk op 3/4 om [Wi-Fi-wachtwoord] te selecteren en druk op [MENU/SET].
3 Druk op 3/4 om [Verwijderen] te selecteren en druk op [MENU/SET].
•
Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [Ja] geselecteerd
wordt.
Verlaat het menu na de uitvoering.
Aantekening
•
Maak een wachtwoordkopie. Als u het wachtwoord vergeet, kunt u het resetten met [Wi-Fi resetten]
in het [Set-up] menu, maar ook andere instellingen zulle gereset worden.
• Het wachtwoord dat ingevoerd is wanneer u de Wi-Fi-functie gebruikte zal actief zijn totdat u dit
apparaat uitzet.
[Wi-Fi-wachtwoord]










