Operating Instructions

- 127 -
Wi-Fi
Wanneer u verbindt met [Voeg draadl. AP toe]
1 Op het scherm afgebeeld in stap 1 van “Wanneer u verbindt met [Handmatige
verbinding]” (P126), selecteer [Voeg draadl. AP toe] door op 3/4 te drukken, druk
vervolgens op [MENU/SET].
2 Voer de SSID in van het draadloze toegangspunt waarop u verbindt, selecteer
vervolgens [Inst.].
Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg Tekst I n v o eren sectie op P71.
3 Druk op 3/4 om het netwerkauthenticatietype te selecteren en druk op [MENU/
SET].
Voor informatie over netwerkauthenticatie, zie de gebruiksaanwijzing van het draadloze
toegangspunt.
4 Druk op 3/4 om het encryptietype te selecteren en druk op [MENU/SET].
Het type instellingen dat veranderd kan worden kan variëren afhankelijk van de details van
netwerkauthentificatie-instellingen.
[Niet coderen] # Er wordt een bericht weergegeven wanneer het draadloze toegangspunt
opgeslagen is.
5 (Wanneer er een optie geselecteerd wordt die afwijkt van [Niet coderen])
Voer de encryptiesleutel in en selecteer [Inst.].
Er wordt een bericht weergegeven wanneer het draadloze toegangspunt opgeslagen is.
Netwerkauthenticatietype Encryptietypes die ingesteld kunnen worden
[WPA2-PSK]/[WPA-PSK] [TKIP]/[AES]
[Algemene sleutel] [WEP]
[Open] [Niet coderen]/[WEP]