Operating instructions
- 22 -
Voorbereiding
Tips om mooie opnamen te maken
Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en
uw benen een beetje spreiden.
• Om vallen te voorkomen, moet u de bijgeleverde polsriem aan uw pols bevestigen. (P8)
• Zwaai het toestel niet hard en trek niet hard aan het toestel als de riem eraan vast zit. De riem zou
kunnen breken.
• Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt.
• Zorg ervoor dat u de flitser, de AF-assistlamp, de microfoon, de luidspreker, de lens, enz., niet met
uw vingers aanraakt.
∫ Richtingfunctie ([Lcd roteren])
Beelden die opgenomen zijn met een verticaal gehouden toestel worden verticaal (gedraaid)
afgespeeld. (Alleen wanneer [Lcd roteren] (P42) ingesteld is)
• Als het toestel verticaal gehouden wordt en omhoog en omlaag gekanteld wordt om beelden op te
nemen, kan het zijn dat de functie voor richtingsdetectie niet correct werkt.
•
Bewegende beelden die met een verticaal gehouden toestel gemaakt zijn worden niet verticaal afgebeeld.
Wanneer de beeldbibber alert [ ] verschijnt, [Stabilisatie] (P77), een statief of de
zelfontspanner (P52) gebruiken.
•
De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het
moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit
geval het gebruik van een statief aan.
– Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect
– [Nachtportret]/[Nachtl.schap]/[Sterrenhemel] (Scènemodus)
Doe de polsriem om en houdt het toestel voorzichtig vast
A Draagriem
B Flits
C Microfoon
D AF assistentielamp
E Speaker
Golfstoring (camerabeweging)










