Operating Instructions
- 85 -
Afdrukken
Voorbereiding:
• Laad de batterij voldoende op.
• Wanneer u beelden vanuit het
ingebouwde geheugen kopieert,
dient u eventuele geheugenkaarten
te verwijderen.
• Pas desgewenst de afdrukkwaliteit
of andere instellingen op uw printer
aan.
• Zet de camera en de printer aan.
Sluit de camera aan op de printer
• Zorg dat u de bijgeleverde USB-kabel gebruikt. Het gebruik van een andere dan
de bijgeleverde USB-kabel kan problemen veroorzaken.
Gebruik de cursortoets van de camera om te kiezen voor
[PictBridge (PTP)], en druk dan op [MENU/SET]
Gebruik de cursortoets om een beeld voor afdrukken te kiezen
en druk dan op [MENU/SET]
Gebruik de cursortoets om in te stellen op [Print start] en druk
dan op [MENU/SET]
(Afdrukinstellingen (→87))
■
Afdrukken annuleren Druk op [MENU/SET]
●
Gebruik geen andere USB-kabels behalve de bijgeleverde kabel.
●
Ontkoppel de USB-kabel na het afdrukken.
●
Schakel de camera uit voordat u geheugenkaarten plaatst of verwijdert.
●
Wanneer de batterij tijdens de communicatie leeg begint te raken, hoort u een
waarschuwingssignaal. Annuleer het afdrukken en maak de USB-kabel los. Gebruik
een voldoende opgeladen batterij.
Let op de richting van de aansluitbus en steek de
stekker er recht in.
(Schade aan de aansluitbus kan leiden tot onjuiste werking.)
• Ontkoppel de USB-kabel niet wanneer het
pictogram voor ontkoppeling van de kabel
wordt
weergegeven (dit wordt bij sommige printers niet
weergegeven).
USB-kabel
(gebruik altijd de bijgeleverde kabel)
U kunt de camera rechtstreeks aansluiten op een PictBridge-compatibele printer om af te
drukken.
• Sommige computers kunnen rechtstreeks de geheugenkaart van de camera lezen.
Zie voor meer informatie de handleiding van uw computer.










