Operating Instructions

Toepassing (opname)
Beelden opnemen met automatische scherpstelling
- 98 - VQT4J19
Automatisch koppelen van de scherpstelling aan een bewegend onderwerp
Leg het onderwerp gelijk met het kader van Tracking AF en
druk op de [AF/AE LOCK]-knop
Autofocus-volgkader
Wanneer uw onderwerp herkend wordt, verandert het autofocus-
volgkader van wit in geel en dan wordt uw onderwerp steeds
scherp in beeld gehouden.
Als de autofocus-koppeling wegvalt, gaat er een rood kader
knipperen.
• Uitschakelen van de Tracking AF → Druk op de [AF/AE LOCK]-knop.
• Scherpstelbereik (hetzelfde als macro-opnamen)
Onder bepaalde opname-omstandigheden, zoals wanneer het onderwerp te klein is
of te donker, kan de (Tracking AF) niet goed werken. Wanneer de (Tracking AF)
niet werkt, wordt er scherpgesteld op (Scherpstellen op 1 punt).
Er kan niet worden ingesteld op (Tracking AF) in de onderstaande gevallen.
• [Panorama-opname]-scènemodus
• [Creatieve opties]-modus ([Sepia] [Dynamisch zwart/wit] [Hoge dynamiek]
[Speelgoedcam.effect] [Zachte focus] [Miniatuureffect] [Radiale onscherpte])
• [Zwart-wit] in [Fotostijl]
Onderwerp niet in het beeld gecentreerd
Stel scherp op het onderwerp op de voorgrond van een breed gebied (scherpstellen op
23 punten) op het opnamescherm.