Operating Instructions

Toepassing (opname)
Foto’s opnemen met automatische instellingen Modus [Intelligent auto]
- 55 - VQT4J19
Tracking AF
In de modus [Intelligent auto] kunt u [Tracking AF] in [AF mode] in één bewerking
selecteren. Wanneer de modus [Tracking AF] wordt gebruikt, kan de camera continu
op een onderwerp scherpstellen en de belichting van het onderwerp aanpassen, zelfs
wanneer het onderwerp beweegt.
De optimale scènemodus voor het AF-vergrendelde onderwerp wordt automatisch
herkend.
De gezichtsherkenning werkt niet tijdens het gebruik van de Tracking AF.
Onder bepaalde opname-omstandigheden, zoals wanneer het onderwerp te klein is of
de omgeving te donker, kan de [Tracking AF] niet goed werken.
Druk op om [Tracking AF] in te
stellen
• Uitschakelen van de Tracking AF
→ Druk nogmaals op .
Leg het kader van Tracking AF
gelijk met het onderwerp
Druk op de [AF/AE LOCK]-knop
om te vergrendelen
• Uitschakelen van de AF-vergrendeling
→ Druk op .
Tracking AF kader
AF-vergrendeling
succesvol: geel
AF-vergrendeling
mislukt: rood