Operating Instructions

Toepassing (opname)
Beelden opnemen met de ingebouwde flitser
- 107 - VQT4J19
De instelling van de flitser wijzigen
Selecteer [Flitser] in het menu [Opname]
• Voor de instelprocedures van het menu. (→25)
Druk op om een type te selecteren en druk op
[MENU/SET]
Type, bewerkingen Toepassingen
[Auto]
Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst
of niet
Normaal gebruik
[Auto/rode-og]
*
Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst of
niet (met rode-ogenreductie)
Onderwerpen in een donkere
omgeving opnemen
[Flitser altijd aan]
Altijd flitsen
Opnemen met achtergrondlicht of
onder felle lampen (bijvoorbeeld
tl-licht)
[Lngz. sync./rode-og]
*
Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst of
niet (met rode-ogenreductie en lange sluitertijd
voor meer helderheid)
Onderwerpen opnemen tegen een
nachtlandschap (statief aanbevolen)
*
Er wordt twee keer geflitst. Beweeg niet tot na de tweede flits. Het interval tussen de flitsen varieert,
afhankelijk van de helderheid van het onderwerp.
Als [Rode-ogencorr] in het menu [Opname] op [ON] is ingesteld, verandert het pictogram in
[
]/[ ], worden rode ogen automatisch waargenomen en worden de beeldgegevens
gecorrigeerd. (Alleen wanneer [AF mode] is ingesteld op
(Gezichtsdetectie))
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gesloten, wordt [ ] (Flitser altijd uit) ingesteld
ongeacht de instelling van de flitser.
In de modus [Intelligent auto] wordt [ ] ingesteld en wordt geflitst afhankelijk van het
onderwerp en de helderheid als u de ingebouwde flitser opent.
U kunt de intensiteit van de flitser aanpassen met [Flitser instel.] in het menu
[Opname]. (→145)
U kunt [Flits-synchro] in het menu [Opname] gebruiken om in te stellen of de eerste-
of de tweede-gordijnsynchronisatie wordt gebruikt. (→144)
Het effect van de rode-ogenreductie varieert, afhankelijk van het onderwerp, en wordt
beïnvloed door factoren zoals afstand tot het onderwerp, of het onderwerp tijdens
de voorflits naar de camera kijkt enzovoort. In sommige gevallen is het effect van de
rode-ogenreductie verwaarloosbaar.
Flitsinstellingen kunnen veranderen als u een andere opnamemodus kiest.
Als u een andere scènemodus kiest, worden de standaardflitsinstellingen hersteld.
Als het licht van de flitser op een onderwerp onvoldoende is, kan noch de juiste
belichting noch de witbalans worden bereikt.