Operating Instructions
- 137 -
Geavanceerd (Opnamebeelden)
∫ Over AF-zoneselectie
U kunt de AF-zone selecteren door op
3
(FOCUS) te drukken wanneer [
Ø
] geselecteerd is.
Het is ook mogelijk te schakelen naar het selectiescherm van de AF-zone door op 1 te
drukken wanneer AF-functie geselecteerd is met 3/4.
•
U kunt instellen vanaf het snelle menu. (P30)
1 Op 3/4/2/1 drukken om de AF-zone te verplaatsen.
•
U kunt instellen op onwillekeurige positie van het scherm. (Er
kan niet ingesteld worden aan de rand van het scherm)
• Na het verplaatsen van de AF-zone, op [DISPLAY] drukken om
deze terug te doen keren naar het midden.
2 Draai de functieknop op de achterkant om de grootte van
de AF-zone te veranderen.
Functieknop rechts achterop: Vergroten
Functieknop links achterop: Verkleinen
•
Het kan veranderd worden in 4 verschillende maten: “punt” A,
“normaal” B, “groot” C en “extra groot” D.
3 Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
•
U kunt voor de instelling ook op de functieknop op de achterkant
drukken.
Aantekening
•
De AF-zone kan niet verplaatst worden en de afmetingen ervan kunnen niet veranderd worden
tijdens het opnemen van bewegende beelden.
• Stel de grootte van de AF-zone in op “normaal”, “groot” of “extra groot” als het moeilijk is om
met “punt” scherp te stellen.
• De puntfocussing kan ook verplaatst worden om overeen te komen aan de AF-zone wanneer u
[Ù] gebruikt.
• De positie van de AF-zone zal terugkeren naar de beginstand wanneer het toestel op Intelligent
Auto gezet wordt, als de Slaapfunctie geactiveerd is of als dit toestel uitgeschakeld wordt.
• AF wordt in de middenpositie uitgevoerd met een breed frame i.p.v. het gebied geselecteerd
door AF-gebiedselectie in de volgende gevallen:
– Tijdens digitale zoom
– Wanneer het moeilijk is scherp te stellen omdat het donker is
A
B DC










