Operating instructions
Geavanceerd opnemen
- 56 -
r
[LANDSCHAP]
De camera stelt scherp op onderwerpen in de verte, zodat u weidse landschappen kunt
fotograferen.
Opmerking
• De itser wordt vast ingesteld op gedwongen uit [
o
].
• Het scherpstelbereik is 5 m tot
7
.
t
[SPORT]
Hiermee kunt u snel bewegende onderwerpen (bijvoorbeeld buitensporten) fotograferen.
Opmerking
• Geschikt voor daglichtopnamen, 5 m of verder weg van het onderwerp.
• [i.AUTO] wordt geactiveerd en het maximumniveau voor ISO-gevoeligheid wordt [ISO1600].
y
[NACHTPORTRET]
Hiermee fotografeert u het onderwerp met een natuurlijke helderheid met de itser en een lange
sluitertijd.
Techniek voor nachtportretmodus
• Gebruik de itser. (U kunt deze instellen op [
[
].)
• Gebruik vanwege de lange sluitertijd een statief en de zelfontspanner voor de beste
resultaten.
• Laat het onderwerp na het maken van de foto nog ongeveer 1 seconden stilstaan.
• Draai de zoomhendel naar Wide (1 ×), ongeveer 1,5 m van het onderwerp.
Opmerking
• Het scherpstelbereik is 1,2 m tot 5 m.
• De sluiter kan dichtgaan (max. ongeveer 8 sec.) na het maken van de foto als gevolg van de
verwerking van het signaal. Dit is geen storing.
• Bij het fotograferen op donkere locaties kan ruis zichtbaar worden.
• De standaardinstelling voor [AF MODE] is [
3
].










