Operating Instructions

25
VQT1C71
Basis
Foto’s nemen
Selecteer normale fotomodus [ ]
De camera stemt automatisch de sluitertijd
en het diafragma af op de helderheid van
het onderwerp.
A Ontspanknop
B Zet de camera aan.
C De statusindicator licht 1 seconde op.
1 Houd de camera voorzichtig
vast met beide handen, houd uw
armen stil langs uw lichaam en
plaats uw voeten iets uiteen.
D:
Bij het verticaal vasthouden van de camera
E: Flitser
F: AF-assistentielamp
2
Richt het AF-gebied H op het gebied
waarop u wilt scherpstellen.
3
Druk de ontspanknop tot halverwege
in om scherp te stellen.
G:
Het scherpstel indicatielicht wordt groen.
H: AF-gebied: wit groen
I: Diafragmawaarde
J: Sluitertijd
De camera piept twee keer als het
onderwerp is scherp gesteld.
De camera kan scherpstellen tussen
50 cm en Z.
Het volgende geeft aan dat het
onderwerp niet is scherpgesteld.
De scherpstelindicatie knippert (groen).
Het AF-gebied gaat van wit naar rood
of er is geen AF-gebied.
Piept 4 keer
De scherpstel indicator kan oplichten
zelfs als het onderwerp niet goed is
scherpgesteld als het onderwerp buiten
bereik is.
4 Druk de ontspanknop volledig in
om de foto te nemen.
Gebruik de itser.
Als de itser is ingesteld op AUTO [
r]
of AUTO/Rode-ogen reductie [
s],
werkt de itser als u de ontspanknop
indrukt als de camera vindt dat het gebied
dat u wilt fotograferen te donker is.
U kunt de itserinstellingen veranderen
(P40).
Als u op de ontspanknop drukt, is het
mogelijk dat het scherm een moment
oplicht of verduistert. Deze functie
vergemakkelijkt het scherpstellen en is
niet van invloed op de opname.
Zorg dat u de camera niet beweegt
op het moment dat u de ontspanknop
indrukt.
Dek de foto itser of de AF-
assistentielamp niet af met uw vinger of
andere voorwerpen.
Raak de lens niet aan.
SC
N
B
A
C
HG
I
J
D
E
F