Operating Instructions
Toepassing (opname)
Burst-functie
VQT5A41
- 121 -
●
Beelden die worden opgenomen met de instelling of worden gezamenlijk als
groep opgenomen (beeldgroep). (→143)
●
Als er verandering komt in de helderheid van het onderwerp, kunnen de tweede en
volgende beelden lichter of donkerder worden bij gebruik van de Burst-functie in de
instelling , , of .
●
De Burst-snelheid kan minder worden als de sluitertijd langer wordt in een donkere
omgeving.
●
Beelden die zijn opgenomen met de Burst-functie in de of instelling kunnen
vervorming tonen als de onderwerpen bewogen of als de camera bewogen is.
●
De flitser wordt ingesteld op [Gedwongen uit]. (Met uitzondering van
[Flitsburst])
●
De instellingen worden in het geheugen opgeslagen, zelfs als de camera wordt
uitgeschakeld.
●
Wanneer de modus [Intelligent auto] is ingesteld of de scènemodus is ingesteld op
[Nachtportret] of [Nachtl.schap], kunnen en niet worden geselecteerd.
●
De opslag van foto’s die zijn gemaakt met de Burst-functie kan enige tijd vergen. Als
u doorgaat met opnemen tijdens het opslaan, kan het aantal burstbeelden dat kan
worden vastgelegd bij een burstopname worden beperkt. Een kaart met een hoge
snelheid wordt aanbevolen wanneer u opneemt met de burstfunctie.
●
U kunt zoom niet gebruiken tijdens burstopnamen.










