Operating instructions
263
10. Gebruik van de Wi-Fi/NFC-functie
Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te
zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/
tablet.
1 Lanceer “Image App ” op uw smartphone/tablet.
2 Terwijl [ ] op het scherm van de
smartphone weergegeven wordt, raakt u de
smartphone aan op [ ] van de camera.
3 Als het scherm voor de bevestiging van de
verbinding op de camera weergegeven
wordt, selecteer dan [Ja].
4 Raak opnieuw de smartphone aan op [ ]
van de camera.
•
Stappen 3
tot 4 hoeven vanaf de tweede keer
niet uitgevoerd te worden.
• Het duurt even om de verbinding te voltooien.
• Als de smartphone verbinding gemaakt heeft,
zal een beeld van deze camera op de
smartphone weergegeven worden.
• De verbonden smartphone wordt op deze
camera geregistreerd.
• Als een poging tot verbinding mislukt, herstart
dan de “Image App” en laat het scherm vervolgens opnieuw weergeven in stap
1.
• Als een verbinding tot stand gebracht wordt tijdens het afspelen van een enkele foto, zal
de foto naar de smartphone overgezet worden. (P266)
Verbinding maken met een smartphone/tablet met gebruik van de NFC-functie
∫ Compatibele modellen
Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS
versie 2.3.3 of hoger). (uitgezonderd enkele modellen)
Voorbereiding:
(op de camera)
•
Zet [NFC-bediening] op [ON]. (P302)
(Op uw smartphone/tablet)
•
Controleer of uw smartphone/tablet een
compatibel model is.
• Schakel de Wi-Fi-functie in.
• Installeer van tevoren “Image App”. (P258)










