Operating Instructions
35
VQT3A43
Basiskennis
∫ Onderwerp en opnameomstandigheid waarop het moeilijk is scherp te stellen
•
Snelbewegende onderwerpen, extreem helderen onderwerpen of onderwerpen zonder
contrast
• Wanneer u onderwerpen opneemt door ramen of in de buurt van glimmende voorwerpen
• Wanneer het donker is of wanneer er zich beeldbibber voordoet
• Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een beeld maakt van
zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij
Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van
het object.
U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [OPNAME] menu
te veranderen.
•
Zet de hendel van de drive-functie op [ ] (enkel).
Stel de functieknop in op [ ].
Aantekening
•
Ga naar “Het functiemenu [OPNAME] gebruiken” (P118) of “Gebruik van het [VOORKEUZE]
Menu
” (P130) voor informatie over het wijzigen van de instelling tijdens het maken van
opnamen.
• De sluitersnelheid wordt in de volgende gevallen automatisch tussen 15 seconden en 1/4000
van een seconde ingesteld.
– Wanneer de [GEVOELIGHEID] ingesteld is op [ISO160].
Opnamen maken met uw favoriete instellingen.
(³: Programme AE-functie)
Druk de sluiterknop tot halverwege in om
scherp te stellen.
A Lensopening
B Sluitertijd
•
De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden
weergegeven (het zal rood knipperen als de correcte
belichting niet bereikt wordt, tenzij de flitser ingesteld is).
•
U zult geen foto’s kunnen maken zolang de scherpte
niet ingesteld is, omdat [FOCUSPRIORITEIT] (P131)
aanvankelijk op [ON] staat.
Druk de ontspanknop helemaal in (verder
indrukken), en maak het beeld.
• Het toegangslampje licht (P28) rood op wanneer er beelden op de kaart worden
opgenomen.
AB
DMC-GH2H&GH2K&GH2EG-VQT3A43_dut.book Page 35 Monday, October 18, 2010 5:10 PM










