Operating Instructions

- 83 -
Opnemen
Toepasbare modussen:
Belichtingscompensatie
Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het
verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden.
Kies [0] om terug te keren naar de originele belichting.
Draai aan de bedieningsknop om de [Lichtmeter] weer te geven (P155) (deze verschijnt
echter niet in de -modus).
Aantekening
De ingestelde belichtingswaarde wordt opgeslagen zelfs als het toestel uit wordt gezet.
Het compensatiebereik van de belichting wordt beperkt door de helderheid van het object.
Wanneer numerieke waarden voor de lensopening- en de sluitertijd weergegeven worden in de
Programma AE-modus, zal bij iedere druk op cursorknop 3 tussen Programme Shift (P46) en
de belichtingscompensatie geschakeld worden.
In AE-openingsvoorrangsfunctie, zal er, elke keer dat er op de cursorknop 3 gedrukt wordt,
geschakeld worden tussen Openingsinstelling (P108) en Belichtingscompensatie.
In AE-sluiterprioriteitfunctie zal er, elke keer dat er op de cursorknop 3 gedrukt wordt,
geschakeld worden tussen Sluitertijdinstelling (P109) en Belichtingscompensatie.
Druk 3 (È) om te schakelen naar
Belichtingscompensatie-werking.
Draai de bedieningsfunctieknop om de belichting
te compenseren.
A Belichtingscompensatiewaarde
B [Lichtmeter]
Onderbelicht
Juistebelichting
Overbelicht
Draai de
bedieningsknop naar
rechts om de
belichting in de
richting van de plus
te corrigeren.
Draai de
bedieningsknop naar
links om de belichting
in de richting van de
min te corrigeren.
A B