Operating Instructions
- 81 -
Opnemen
• De flitsinstellingen kunnen veranderen als de opnamefunctie verander wordt. Stel de
flitsinstelling opnieuw in indien nodig.
• De flitserinstelling wordt zelfs bewaard als het toestel wordt uitgeschakeld. Als u van scène
verandert met gebruik van de Scene Guide modus, zal de flitserinstelling van de Scene Guide
modus bij iedere verandering van scène opnieuw op de waarde van de fabrieksinstelling gezet
worden.
• De flits zal niet geactiveerd worden wanneer u bewegend beeld opneemt.
∫ Beschikbaar flitsbereik
Als de afstand tot het onderwerp kort is wanneer u een foto maakt m.b.v. een flits, wordt
een gedeelte van het gemaakte beeld donker omdat het licht van de flits geblokkeerd
wordt door de lens of het valt buiten het flitsbereik. Controleer de afstand naar het
onderwerp wanneer u een foto maakt. De afstand waarop het licht van de flits geblokkeerd
wordt door de lens en de afstand waarop licht van de flits geleverd wordt variëren
afhankelijk van de lens die gebruikt wordt.
•
Het beschikbare flitsbereik is een benadering.
• Dit is het bereik wanneer [ISO-limiet] (P144) ingesteld is op [OFF].
Als de verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt
Beschikbaar flitsbereik
Breed Tele
[AUTO] in [Gevoeligheid] 30 cm tot 5,7 m 30 cm tot 3,5 m
Als de
verwisselbare
lens (H-H014)
gebruikt wordt
Als de verwisselbare lens (H-FS014042) gebruikt
wordt
Beschikbaar flitsbereik volgens scherpstellingslengte
van de lens
(Wanneer de beeldverhouding [X] is.)
Beschikbaar
flitsbereik
Breed tot 17 mm 18 mm Tele
[AUTO] in
[Gevoeligheid]
50 cm tot 8,0 m
Vignetteneffect
doet zich voor
wegens het licht
van de flits.
1,0 m tot 4,9 m 40 cm tot 3,5 m










