Operating Instructions

- 37 -
Basiskennis
Opnamefunctie:
Beelden maken m.b.v. de automatische functie
(Intelligente Automatische Functie)
In deze modus maakt de camera optimale instellingen voor het onderwerp en de scène,
dus wordt het aanbevolen als u wenst de instellingen aan de camera over te laten zonder
erover na te moeten denken.
Over [¦] knop
Door op de [¦]-knop te drukken, kunt u schakelen
tussen de Intelligent Auto modus ( of ) van de
opnamemodus en andere modussen.
Als de opnamemodus of is, zal de [¦]-knop gaan
branden (lampje gaat uit tijdens het opnemen).
Om tussen en van de opnamemodussen te
schakelen, gebruikt u de instellingsmethode van de
opnamemodus van P29.
Zet de opnamemodus op [ ].
Raadpleeg voor details over de instelling van de Opnamemodus P29.
De Defocus Control kan ingesteld worden door [ ] op het
opnamescherm aan te raken en vervolgens [ ] aan te raken.
(P43)
Als het onderwerp aangeraakt wordt, werkt AF Tracking. Het is
ook mogelijk door de cursorknop naar 2 te duwen en de
sluiterknop tot halverwege in te drukken. Raadpleeg voor details
P92.