Operating Instructions
Overige
- 208 -
• Controleer de [LCD mode] instelling. (P69)
• Voer [Monitor] uit. (P69)
• Dit gebeurt door het veranderen van de lensopening wanneer de sluiterknop tot halverwege
ingedrukt wordt, of wanneer de helderheid van het onderwerp verandert. Dit is geen storing.
• Dit kan vaker gebeuren als een heldere lens, zoals de verwisselbare lens (H-H014), gebruikt
wordt voor opnames in een helder verlichten buitenomgeving.
• Dit is geen storing.
Deze pixels beïnvloeden de opgenomen beelden niet.
• Op donkere plekken kan ruis optreden om de helderheid van de LCD-monitor te behouden.
LCD-monitor
De LCD-monitor is te helder of te donker.
Het kan even flikkeren of de helderheid van het beeldscherm kan even aanzienlijk
veranderen.
Er verschijnen zwarte, rode, blauwe en groene stippen op de LCD-monitor.
Ruis op de LCD-monitor.










