Operating Instructions

Opnemen
- 140 -
Bijstellen van de beeldkwaliteit
1 Raak [ ]/[ ] aan om het type fotostijl te selecteren.
In de Scene Guide modus kunt de fotostijl niet selecteren.
2 Selecteer en raak de items aan.
3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
Geregistreerde instellingen worden opgeslagen zelfs als het toestel uitstaat.
Als u de beeldkwaliteit bijstelt, wordt naast de icoon van Photo Style [_] op het
beeldscherm weergegeven.
De kleur kan veranderd worden door [Verzadiging] wanneer [Zwart-wit] geselecteerd is.
De beeldkwaliteit kan niet afgesteld worden in de Intelligent Auto modus ( of ).
4 Raak [CUSTOM. INSTELLING] aan.
Het bevestigingsscherm wordt afgebeeld. Dit gebeurt wanneer [Ja] geselecteerd wordt.
De instelling kan geregistreerd worden in [Voorkeuze].
Aantekening
In de Intelligent Auto modus ( of ), zal de instelling teruggezet worden naar [Standaard]
wanneer de camera op een andere opnamemodus gezet is of als de stroom [ON]/[OFF]
geschakeld is.
Onderdeel Effect
[Contrast]
[r]
Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken
op het beeld.
[s]
Vermindert het verschil tussen de heldere en donkere
vlakken op het beeld.
[Scherpte]
[r] Het beeld is zeer scherp.
[s] Het beeld is onscherp.
[Verzadiging]
[r] De kleuren van het beeld zijn levendig.
[s] De kleuren van het beeld zijn natuurlijker.
[Ruisreductie]
[r]
Versterkte geruisvermindering. De beeldresolutie kan een
beetje minder worden.
[s]
Minder geruisvermindering. U kunt opnamen met een
betere resolutie maken.
S