Operating Instructions

30
Wi-Fi/NFC
VQT4Z63 (DUT)
2 Bedien de smartphone/tablet.
Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te
zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/
tablet.
1 LanceerImage App” op uw smartphone/tablet.
Het scherm voor de selectie van de verbindingsbestemming wordt na de lancering weergegeven.
2 Terwijl [ ] op het verbindingsscherm van de Image App ” weergegeven
wordt, raakt u de smartphone/tablet aan op [ ] van dit toestel.
Het duurt even om de verbinding te voltooien.
Als de smartphone/tablet verbinding gemaakt heeft, zal een beeld van deze camera op de
smartphone/tablet weergegeven worden.
Als een poging tot verbinding mislukt, herstart dan de “Image App” en laat het scherm
vervolgens opnieuw weergeven in stap
1.
1 Schakel de Wi-Fi-functie in.
2 Selecteer de SSID die overeenkomt met de SSID die weergegeven wordt op het
scherm van dit toestel en voer vervolgens het password in.
3 Start “Image App ”. (P29)
Als de verbinding tot stand gebracht is, zullen de live beelden die door de camera
opgevangen worden weergegeven worden op de smartphone/tablet.
Verbinding maken met een smartphone/tablet met gebruik van de NFC-functie
Compatibele modellen
Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS
versie 2.3.3 of hoger). (uitgezonderd enkele modellen)
Voorbereiding:
(Op de camera)
Zet [NFC-bediening] op [ON].
Zet [Touch sharing] op [ON].
(Op uw smartphone/tablet)
Controleer of uw smartphone/tablet een
compatibel model is.
Schakel de Wi-Fi-functie in.
Installeer van tevoren “Image App”. (P29)
Wanneer de verbinding voor het eerst gemaakt wordt, wordt het
bevestigingsscherm weergegeven.
1 Wanneer het bevestigingsscherm op dit toestel weergegeven wordt, selecteer
dan [Ja].
2 Raak opnieuw de smartphone/tablet aan op [ ] van de camera.
De verbonden smartphone/tablet wordt op deze camera geregistreerd.
DMC-G6X&G6K&G6W&G6EG-VQT4Z63_dut.book 30 ページ 2013年4月19日 金曜日 午前8時15分