Operating Instructions

VQT2S37
104
Gevorderd (Opname van beelden)
Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is
als in het echt.
Technieken voor nachtportretten
Omdat de sluitertijd langzamer wordt, raden we het gebruik van een statief en de
zelfontspanner aan voor deze opnamen.
Houd het voorwerp nog ongeveer 1 seconde nadat u de opname hebt gemaakt stil wanneer
[NACHTPORTRET] is geselecteerd.
Aantekening
Tijdens het opnemen van video’s worden lage lichtinstellingen [ ] gebruikt die betere
beelden verstrekken in ruimtes met gedempt licht of bij schemer.
Er kan ruis zichtbaar worden wanneer u opnamen maakt op donkere plekken.
De sluiter kan gesloten blijven nadat u de opname gemaakt heeft. Dit komt door
signaalverwerking en duidt niet op storing.
[NACHTPORTRET]
[NACHTPORTRET]
Wordt gebruikt voor het fotograferen van personen tegen de achtergrond van een
nachtlandschap.
Open de flits. (U kunt instellen op [ ].)
De begininstelling voor de AF-functie is [š].
[NACHTL. SCHAP]
Nachtlandschap kan levendig gefotografeerd worden met een langzame sluiter.
De flitsinstelling wordt vastgesteld op [Œ].
De begininstelling voor de AF-functie is [ ].
Als de AF-functie op [š] gezet is, zal het naar [ ] schakelen.
[VERLICHTING]
Verlichting wordt prachtig gefotografeerd.
De flitsinstelling wordt vastgesteld op [Œ].
De begininstelling voor de AF-functie is [ ].
Als de AF-functie op [š] gezet is, zal het naar [ ] schakelen.
[NACHTL. CREATIEF]
De diafragmawaarde (P96) kan worden veranderd in de instelling van [NACHTL.
SCHAP].
De flitsinstelling wordt vastgesteld op [Œ].
De begininstelling voor de AF-functie is [ ].
DMC-G2K&G2W&G2EG-VQT2S37_dut.book 104 ページ 2010年4月13日 火曜日 午後5時20