Operating Instructions

- 168 -
Afspelen/Bewerken
U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen.
1
Selecteer [Bijsnijden] op het [Afspelen] menu. (P52)
4
Op [MENU/SET] drukken.
Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [Ja]
geselecteerd wordt.
Verlaat het menu na de uitvoering.
Aantekening
De beeldkwaliteit van het bijgewerkte beeld zal slechter worden.
Opnamen die met andere apparatuur opgenomen zijn kunnen wellicht niet bijgewerkt worden.
Informatie m.b.t. de gezichtdetectie in het originele beeld zal niet gekopieerd worden naar beelden
die [Bijsnijden] ondergaan hebben.
[Bijsnijden] is onder de volgende omstandigheden uitgeschakeld:
Bewegende beelden
Beelden die gemaakt zijn in [Panorama-opname] in Scènefunctie
3D-beelden
Beelden met gedrukte datum of tekst
[Bijsnijden]
2
Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET].
3
Gebruik het zoomhendeltje en druk op 3/4/2/1 om de te knippen delen
te selecteren.
Zoomhendeltje (T): Vergroting
Zoomhendeltje (W): Reductie
3/4/2/1: Verplaatsen
(DMC-FZ200)
Beelden die gemaakt zijn met [ ], [ ] of [ ]
W
T