Operating Instructions

- 145 -
Opnemen
Toepasbare modussen:
Stel de flits-output bij als de genomen foto’s te helder of te donker zijn.
Aantekening
U kunt afstellen van [j2 EV] tot [i2 EV] in stappen van [1/3 EV].
Kies [0 EV] om de oorspronkelijke flitswerking in te stellen.
[i] of [j] wordt in de flitsericoon op het beeldscherm weergegeven als het flitsniveau bijgesteld
wordt.
Toepasbare modussen:
Wanneer de rode-ogenreductie ([ ], [ ]) geselecteerd is, wordt de digitale
rode-ogencorrectie telkens uitgevoerd wanneer de flitser gebruikt wordt. Het toestel spoort
automatisch rode ogen op en corrigeert het beeld.
Instellingen: [ON]/[OFF]
Aantekening
Alleen beschikbaar wanneer [AF mode] ingesteld is op [š] en de gezichtsdetectie actief is.
Onder bepaalde omstandigheden, kan de rode ogenreductie niet gecorrigeerd worden.
In de intelligent auto mode wordt het vast ingesteld op [ON].
[Rode-ogencorr] kan niet gebruikt worden in de volgende gevallen.
[3D Foto Mode] (Scènemodus)
Toepasbare modussen:
Met de optionele conversielenzen kunt u nog meer beelden ver weg opnemen en beelden
dichtbij van kleinere onderwerpen maken.
Aantekening
Raadpleeg P194 voor details over het bevestigen van de lens.
[Conversie] moet op [OFF] staan als u geen conversielens gebruikt.
[Conversie] kan niet gebruikt worden in de volgende gevallen.
[Panorama-opname]/[3D Foto Mode] (Scènemodus)
Lees de gebruiksaanwijzingen van de lens voor details.
[Flitser instel.]
[Rode-ogencorr]
[Conversie]
Instellingen
Beschrijving van instellingen
[] Als u de teleconversielens bevestigt.
[] Als u de close-uplens bevestigt.
[OFF]
C