Operating Instructions

- 105 -
Opnemen
Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd
te specificeren
Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel
de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst.
1
Stel de functieknop in op [ ].
2
Draai de functieknop achterop om de openingswaarde
in te stellen.
A Lensopening
B Belichtingsmeter
Deze zal schakelen tussen openingsinstelling-werking en
Belichtingcompensatie, elke keer dat de functieknop achterop
ingedrukt wordt.
¢1 Wanneer de conversielens gebruikt wordt, kunnen sommige waarden van de lensopening niet
geselecteerd worden.
¢2 Afhankelijk van de zoompositie kunt u sommige waarden niet kiezen.
¢3 De sluitertijd varieert, afhankelijk van de instelling van [Gevoeligheid]. (P87)
Stel een hogere sluitersnelheid in als u een scherp beeld of een snel bewegend onderwerp
opneemt. Stel een lagere sluitersnelheid in als u een trail-effect wenst.
1
Stel de functieknop in op [ ].
2
Draai de functieknop achterop om de sluitertijd in te
stellen.
C Sluitertijd
D Belichtingsmeter
Deze zal schakelen tussen instellingswerking van sluitertijd en
Belichtingcompensatie, elke keer dat de functieknop achterop
ingedrukt wordt.
¢1 Afhankelijk van de zoompositie kunt u sommige waarden niet kiezen.
¢2 De sluitertijd varieert, afhankelijk van de instelling van [Gevoeligheid]. (P87)
Lensopening-Prioriteit AE-modus
Beschikbare lensopeningwaarde
¢1, 2
(Per 1/3 EV)
Sluitertijd
¢2
(Sec.)
F2.8 tot F8.0
(DMC-FZ200) 8 tot 1/4000
(DMC-FZ62) 4
¢3
tot 1/2000
Sluiter-Prioriteit AE-modus
Sluitertijd (Sec.)
(Per 1/3 EV)
Lensopening
¢1
(DMC-FZ200) 8 tot 1/4000
(DMC-FZ62) 4
¢2
tot 1/2000
F2.8 tot F8.0
FFF
SSSS
8460
5.64.0
1530
8.08.08.0
8.0
A B
F
SSSSSSSSSS
5.6 4.0 2.8
125125125
1256030
250 500
C D