Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-FZ48 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
Inhoud Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera................5 Standaard accessoires..............................6 Namen en functies van de componenten ............................................7 Voorbereiding De lensdop/schouderriem vastmaken.....11 De lensbescherming gebruiken...............13 Opladen van de Batterij...........................14 • Opladen ............................................14 • Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering .....................
Het maken van uitdrukkingsvolle portretten en landschapsopnamen (Geavanceerde scènefunctie) .................82 • [PORTRET] .......................................82 • [LANDSCHAP] ..................................83 • [SPORT]............................................83 • [CLOSE-UP]......................................83 • [NACHTPORTRET] ..........................84 Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie) .........................................
• Uploaden van beelden naar websites waarin deze met anderen gedeeld kunnen worden..................158 Beelden afdrukken ................................159 • Een beeld kiezen en uitprinten ........160 • Meerdere beelden kiezen en uitprinten .........................................160 • Printinstellingen ...............................161 Afspelen/Bewerken Diverse afspeelmethoden .....................127 • [DIASHOW] .....................................127 • [MODE PLAY] .................................
Voor Gebruik Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera Niet blootstellen aan sterke trillingen, schokken of druk. • De lens, de LCD-monitor of de ombouw kunnen beschadigd worden bij gebruik onder de volgende omstandigheden. Hierdoor kunnen ook storingen ontstaan of kan het zijn dat het beeld niet wordt opgenomen. – Het toestel laten vallen of er tegen stoten. – Hard duwen op de lens of op de LCD-monitor.
Voor Gebruik Standaard accessoires Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt. • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht. Voor details over de accessoires, de Basisgebruiksaanwijzing raadplegen. • Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst. • Batterijoplader wordt aangegeven als batterijoplader of oplader in de tekst.
Voor Gebruik Namen en functies van de componenten 1 2 3 Lens (P5, 171) Zelfontspannerlampje (P73) AF-lamp (P121) Flits (P65) 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Flits-open-knop (P65) Diopterinstelring (P9) Zoeker (P9, 167) [EVF/LCD] Knop (P9) [AF/AE LOCK] Knop (P114, 116) Functieknop achterop (P10) [AF/AF#/MF]-knop (P70, 71) Afspeelknop (P37) [MENU/SET] knop (P10, 22) 1 2 45 6 3 78 9 10 11 12 13 16 15 14 13 Cursorknoppen (P10) 3/ Belichtingscompensatie (P74)/ Auto Bracket (P75)/Flitsoutput-afstelling (P69) 2/
Voor Gebruik 18 17 19 20 ST M Stereomicrofoon Zoomhendeltje (P62) Ontspanknop (P27, 31) Bewegend beeldknop (P34) [FOCUS] knop (P31, 72, 115) Stroomlamp (P22) Toestel AAN/UIT (P22) Instelknop (P24) Speaker (P50) • Dek de luidspreker niet af met uw vingers.
Voor Gebruik Zoeker ∫ Overschakelen van LCD-monitor naar Viewfinder Druk op [EVF/LCD]. • U kunt tussen de weergave op de LCD-monitor en de weergave op de zoeker schakelen. • Schakelen via de [EVF/LCD]-knop zal behouden worden zelfs wanneer de stroom van de digitale camera op [OFF] staat. ∫ Diopter afstellen Stel het diopter af op uw eigen zicht zodat u de Viewfinder duidelijk ziet. Kijk naar de Viewfinder en draai de diopterstelring daar waar het scherm het lichtst is.
Voor Gebruik Cursorknoppen/[MENU/SET] knop Deze handleiding geeft de op-, neer-, links- en rechtsbeweging van de cursorknop als volgt weer, of als 3/4/2/1. Cursorknop: Voert de selectie van items of de instelling van waarden, enz., uit. [MENU/SET] knop: De instellingsinhouden, enz., worden bevestigd. bijv.
Voorbereiding Voorbereiding De lensdop/schouderriem vastmaken ∫ Bevestiging van het lensdeksel • Als u de camera uitzet of vervoert, maakt u lensdop erop vast om het lensoppervlak te beschermen. Steek het riempje door de opening op de camera. Steek hetzelfde riempje door de opening op de lensdop. Bevestig de lensdop. • Dit toestel niet ophangen of ermee zwaaien. • Wees er zeker van dat de lenskap losgemaakt is als u de stroom inschakelt [ON]. • Verlies de lensdop niet.
Voorbereiding ∫ Het bevestigen van de Schouderriem • We raden aan de schouderriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt om het vallen ervan tegen te gaan. Steek de schouderriem door de opening in de ring van de schouderriem. Steek de schouderriem door de stopgesp en maak de schouderriem vast. A Trek de schouderriem 2 cm of meer aan. • Maak de schouderriem vast aan de andere kant van de camera maar zonder de riem te verdraaien.
Voorbereiding De lensbescherming gebruiken Bij fel zonlicht of fel achtergrondlicht zal de lensbescherming de effecten van lens flare en ghosting minimaliseren. De lensbescherming houdt overmatig licht tegen en zorgt voor een betere beeldkwaliteit. • Controleer dat het toestel uitstaat. • Sluit de flits. Steek de lenskap in de lens, met de korte zijde uitgelijnd op de onderkant van het toestel zelf. • Houd de lenskap niet vast zodat deze vervormd raakt of buigt.
Voorbereiding Opladen van de Batterij ∫ Over batterijen die u kunt gebruiken met dit apparaat Het is opgemerkt dat er nep batterijpakketten die zeer op het echte product lijken in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met interne bescherming om te voldoen aan de eisen van geschikte veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand of explosie kunnen leiden.
Voorbereiding ∫ Over het [CHARGE] lampje Het [CHARGE] lampje wordt ingeschakeld: Het [CHARGE] lampje is tijdens het laden ingeschakeld. Het [CHARGE] lampje gaat uit: Het [CHARGE] lampje zal uitgaan als het laden zonder problemen voltooid is. (Sluit de lader af van het stopcontact en verwijder de batterij als het laden geheel klaar is.) • Als het [CHARGE] lampje knippert – De batterijtemperatuur is te hoog of te laag.
Voorbereiding Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering ∫ Opnemen van stilstaande beelden (met gebruik van de LCD-monitor) Aantal beelden Ongeveer 400 opnamen opnametijd Ongeveer 200 min (Met CIPA-standaard in programma-AE-functie) Opnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association]. • Temperatuur: 23 oC/Vochtigheid: 50%RH wanneer de LCD-monitor aan staat. • Met een Panasonic SD-geheugenkaart (32 MB).
Voorbereiding ∫ Maken van bewegende beelden (wanneer u de LCD-monitor gebruikt) [AVCHD] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FSH] staat) [MP4] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD] staat) Opneembare tijd Ongeveer 140 min Ongeveer 140 min Huidige opnametijd Ongeveer 80 min Ongeveer 80 min • Deze tijden gelden voor een omgevingstemperatuur van 23 oC en een vochtigheid van 50%RH. Gelieve erop letten dat deze tijden bij benadering gelden.
Voorbereiding De kaart (optioneel)/batterij in het toestel doen en eruit halen • Zet de power-schakelaar op [OFF] en bevestig of de lensromp ingetrokken is. • We raden een kaart van Panasonic aan. Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.
Voorbereiding Over het ingebouwde geheugen/de kaart De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v. dit apparaat. • Wanneer er geen kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden in het ingebouwde geheugen en teruggespeeld worden. • Wanneer er wel een kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden op de kaart en teruggespeeld worden.
Voorbereiding Aantekening • Zet dit apparaat niet uit, verwijder de batterijen of de kaart niet en koppel de AC-adapter (optioneel) niet los wanneer de toegangsindicatie brandt (waneer er beelden geschreven, gelezen of gewist worden of het ingebouwde geheugen of de kaart geformatteerd) worden. Verder het toestel niet blootstellen aan vibratie, stoten of statische elektriciteit. De kaart of de gegevens op de kaart zouden beschadigd kunnen worden en dit apparaat zou niet langer normaal kunnen werken.
Voorbereiding Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd ∫ Over de weergave van het aantal opneembare beelden en de beschikbare opnametijd • Men kan tussen de weergave van het aantal opneembare beelden en de weergave van de beschikbare opnametijd schakelen in [RESTAANDUID.] (P53) in het [SET-UP] menu. A Aantal opnamen B Beschikbare opnametijd A B ∫ Aantal opnamen • [i99999] wordt weergegeven als er meer dan 100.000 foto’s gemaakt kunnen worden.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. Zet het toestel aan. • De stroomlamp 1 gaat branden wanneer u dit apparaat aanzet. • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, overgaan op stap 4. Op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET]. Op [MENU/SET] drukken.
Voorbereiding De klokinstelling veranderen Selecteer [KLOKINST.] in het [OPNAME] of [SET-UP] menu, en druk op 1. (P46) • Deze kan veranderd worden in stappen 5 en 6 om de klok in te stellen. • De klokinstelling wordt behouden gedurende 3 maanden m.b.v. de ingebouwde klokbatterij zelfs zonder de batterij. (De opgeladen batterij in het apparaat laten gedurende 24 uur om de ingebouwde batterij op te laden.
Basiskennis Basiskennis Selecteren van de opnamemodus ST Lijn een gewenste functie uit met deel A. • Draai de instelknop langzaam maar zeker op elke functie. ST M CU ∫ Basiskennis AE-programmafunctie (P27) De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen. Intelligente automatische functie (P31) De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch gebruikt worden door het toestel. - 24 - CU M De functie schakelen door de functieknop te draaien.
Basiskennis ∫ Gevorderd Openingsvoorrang AE-functie (P78) De sluitertijd wordt automatisch bepaald volgens de openingswaarde die u ingesteld hebt. Sluitervoorrang AE-functie (P78) De openingswaarde wordt automatisch ingesteld volgens de sluitertijd die u ingesteld hebt. Handmatige belichtingsfunctie (P79) De belichting wordt aangepast aan de sluitertijd en de openingswaarde die u handmatig hebt ingesteld. Creatieve bewegende beeldfunctie (P94) Bewegend beeld opnemen met handmatige instellingen.
Basiskennis Tips om mooie opnamen te maken Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en uw benen een beetje spreiden. • Zorg ervoor dat u de flitser, de AF-assistlamp A AV OUT/DIGITAL AV OUT/DIGITAL de microfoon B, de luidspreker, de lens, enz., niet met uw vingers aanraakt. • Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt. • Wanneer u beelden maakt, ervoor zorgen dat u stabiel staat en dat er geen gevaar is van het tegen iemand of iets, enz. aan stoten.
Basiskennis Toepasbare functies: Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie) Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object. U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [OPNAME] menu te veranderen. ST M ]. CU Stel de functieknop in op [ ST M CU Richt de AF-zone op het punt waar u op wilt scherpstellen. D De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp te stellen.
Basiskennis Programmaschakeling In programma AE-functie kunt u de ingestelde openingswaarde en de sluitertijd wijzigen zonder de belichting te wijzigen. Dit heet programmaschakeling. U kunt de achtergrond waziger maken door de openingswaarde kleiner te maken of een bewegend voorwerp met meer beweging opnemen door de sluitertijd langzamer in te stellen als u een opname maakt in de AE-programmafunctie.
Basiskennis Scherpstellen B Richt de AF-zone op het onderwerp en druk de sluiterknop tot halverwege in. Wanneer er scherpgesteld is op het object Focus A Wanneer er niet scherpgesteld is op het object Focusaanduiding A Aan Knippert AF-zone B Wit>Groen Wit>Rood Geluid Biept 2 keer Biept 4 keer • De AF-zone wordt groter weergegeven tijdens digitaal zoomen of als het donker is. ∫ Over het focusbereik Het focusbereik wordt weergegeven als de zoom bediend wordt.
Basiskennis ∫ Als het onderwerp niet scherp gesteld is (zoals wanneer het bijvoorbeeld niet in het midden van het beeld staat dat u wilt opnemen) 1 2 De AF-zone op het onderwerp richten en vervolgens de ontspanknop tot de helft indrukken om de focus em belichting vast te zetten. De ontspanknop half ingedrukt houden als u het toestel beweegt om het beeld samen te stellen. • U kunt de handelingen in stap 1 meerdere keren opnieuw proberen voordat u de sluiterknop geheel indrukt.
Basiskennis Toepasbare functies: Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie) Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken. • De volgende functies worden automatisch geactiveerd.
Basiskennis Veranderen van de instellingen De volgende menu’s kunnen ingesteld worden. Menu [OPNAME] Onderdeel [FOTO RES.]¢/[BURSTFUNCTIE]/[KLEUR EFFECT]/ [ANTI BLUR]/[GEZICHT HERK.] [BEWEGEND BEELD] [OPNAMEFUNCT.]/[OPN. KWALITEIT] [SET-UP] [KLOKINST.]/[WERELDTIJD]/[TOON]¢/[TAAL]/[O.I.S. DEMO] • Raadpleeg voor de instellingsmethode van het menu P46. ¢ De instellingen kunnen anders zijn dan andere Opnamemodussen.
Basiskennis Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur. Fotograferen ¦ > [i-PORTRET] [i-LANDSCHAP] [i-MACRO] [i-NACHTPORTRET]¢1 [i-NACHTL. SCHAP] [i-ZONSONDERG.] ¢2 [i-BABY] ¢1 Alleen wanneer [ ] geselecteerd is. ¢2 Wanneer [GEZICHT HERK.
Basiskennis Toepasbare functies: Opname Bewegend Beeld Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. ST M CU A Beschikbare opnametijd B Verstreken opnametijd • U kunt video’s maken die bij elke Opnamefunctie passen. • Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los. • De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden. • De focus kan verkregen worden tijdens het opnemen door op [FOCUS] te drukken.
Basiskennis • Voor bepaalde opnamewijzen zal de opname uitgevoerd worden met de hieronder aangeduide wijze. Voor de opnamewijzen die niet in de lijst staan, zal de opnamewijze gebruikt worden die het meest geschikt is voor het bewegende beeld.
Basiskennis Foto’s maken terwijl u een video opneemt Er kunnen foto’s gemaakt worden zelfs als u een video opneemt. (simultaan opnemen) Druk de sluiterknop tijdens de opname van de video volledig in om een foto te maken. • Het beeld wordt onder de volgende omstandigheden bewaard.
Basiskennis Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.]) Op [(] drukken. ∫ Het terugspelen stoppen Druk opnieuw op [(], op de bewegend beeldknop drukken of de ontspanknop tot de helft indrukken. Aantekening • Dit toestel komt overeen met de DCF-standaard “Design rule for Camera File system” opgericht door JEITA “Japan Electronics and Information Technology Industries Association” en met Exif “Exchangeable Image File Format”. Bestanden die niet overeenkomen met de DCF-standaard kunnen niet afgespeeld worden.
Basiskennis Een beeld selecteren Druk op 2 of 1. 2: De vorige opname terugspelen 1: De volgende opname terugspelen A B A Bestandsnummer B Beeldnummer • De snelheid van vooruit/achteruit spoelen van de beelden is afhankelijk van de afspeelstatus. • Als u 2/1 ingedrukt houdt, kunt u de beelden achter elkaar afspelen. Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen) Het zoomhendeltje op [L] (W) zetten.
Basiskennis De terugspeelzoom gebruiken Het zoomhendeltje op [Z] (T) zetten. 1k>2k>4k>8k>16k • Wanneer u de zoomhendel naar [L] (W) draait na het uitvergroten van het beeld, wordt de vergroting lager. W T • Wanneer u de vergroting verandert, verschijnt de aanduiding van de zoompositie A gedurende ongeveer 1 seconde en kan de positie van de vergrootte sectie verwijderd worden door op 3/4/2/1 te drukken. • Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt.
Basiskennis Bewegende beelden terugspelen Dit toestel werd ontworpen voor het afspelen van bewegende beelden met de formaten AVCHD, MP4 en QuickTime Motion JPEG. Op 2/1 drukken om een beeld te selecteren met een bewegend beeldicoon (zoals [ ]/[ ]), en vervolgens op 3 drukken om terug te spelen. A B A Video-icoon B De opnametijd van bewegend beeld • Nadat het afspelen gestart is, wordt de verstreken afspeeltijd op het scherm weergegeven. Bijvoorbeeld, 8 minuten en 30 seconden wordt afgebeeld als [8m30s].
Basiskennis Creëren van foto’s uit een video U kunt een afzonderlijke foto uit een opgenomen video creëren. Op 3 drukken om het terugspelen van bewegend beeld op pauze te zetten. Op [MENU/SET] drukken. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [JA] geselecteerd wordt. Verlaat het menu na de uitvoering. Aantekening • Het beeld wordt bewaard met de volgende opnamematen.
Basiskennis Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden zullen gewist worden. • Beelden die geen deel uitmaken van de DCF-standaard of die beschermd zijn, kunnen niet gewist worden. Op [(] drukken. Om een enkele opname uit te wissen Selecteer het te wissen beeld en druk vervolgens op [‚]. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het beeld wordt gewist door [JA] te selecteren.
Basiskennis Om meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen Druk op [‚]. Op 3/4 drukken om [MULTI WISSEN] of [ALLES WISSEN] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • [ALLES WISSEN] > Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het beeld wordt gewist door [JA] te selecteren. • Het is mogelijk om alle beelden te wissen, behalve de beelden die als favorieten ingesteld warden, als [ALLES WISSEN BEHALVE Ü] geselecteerd is met de [ALLES WISSEN] instelling.
Basiskennis Menu instellen Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken. In het bijzonder, bevat het [SET-UP] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel.
Basiskennis ∫ Schakelen naar andere menu’s b.v.: naar het [SET-UP] menu schakelen vanuit het [OPNAME] modusmenu 1 Op [MENU/SET] drukken. 2 Op 2 drukken. 3 Op 4 drukken of de functieknop achterop draaien om het [SET-UP] menupictogram [ selecteren. 4 ] te Op 1 of op de functieknop achterop drukken. • Selecteer een menu-item erna en stel het in.
Basiskennis Menuonderdelen instellen • Als u [MENU HERVAT.] (P58) in het [SET-UP] menu op [ON] zet, zal het beeldscherm het laatst geselecteerde menu-item tonen op het moment dat het toestel werd uitgeschakeld. Op het moment van aankoop staat deze op [ON]. Voorbeeld: verander in het [OPNAME] menu [AF MODE] van [Ø] (1-zone-focusing) in [š] (gezichtsherkenning) Op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 of draai aan de functieknop op de achterkant om het menu-item te selecteren.
Basiskennis Gebruik van het snelle menu M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • De kenmerken die afgesteld kunnen worden m.b.v. het Snelle Menu worden bepaald door de functie of een weergavestijl waar het toestel zich in bevindt. De items die niet gebruikt kunnen worden, worden grijs weergegeven. Druk tijdens het opnemen op [Q.MENU]. Druk op 3/4/2/1 om het menuonderdeel te kiezen en de instelling en druk dan op [MENU/SET] om het menu te sluiten.
Basiskennis Over het set-up Menu [KLOKINST.], [BESPARING] en [AUTO REVIEW] zijn belangrijke items. Controleer de instellingen ervan voordat u ze gebruikt. Voor details over hoe de [SET-UP] menu-instellingen geselecteerd moeten worden, P46 raadplegen. U [KLOKINST.] — • Raadpleeg P22 voor details. Stel de tijd van uw thuisgebied en reisbestemming in. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt.
Basiskennis De vertrekdatum en de terugkeerdatum van de reis, evenals de naam van de reisbestemming, kunnen ingesteld worden. U kunt het aantal dagen dat verstreken is weergeven wanneer u de beelden afspeelt en dit afdrukken op de beelden die opgenomen zijn [TEKST AFDR.] (P134). [REIS-SETUP]: [OFF]: Het aantal verstreken dagen wordt niet opgenomen. [SET]: De vertrekdatum en de terugkeerdatum worden ingesteld. Het verstreken aantal dagen (het aantal dagen erna) van de reis wordt opgenomen.
Basiskennis u [VOLUME] Stel het volume af van de luidspreker op één van de 7 niveaus. • Als u de camera aansluit op een TV wijzigt dit het volume van de TV-speakers niet. Er kunnen tot 3 huidige camera-instellingen als [GEH VOORK INST] voorkeuze-instellingen worden opgeslagen. [ ]/[ ]/[ ] • Raadpleeg P96 voor details. [Fn KNOPINST.] Bepaalde menu’s kunnen aan de 4 knop toegekend worden. Dat kan handig zijn voor de registratie van een menu dat u vaak gebruikt.
Basiskennis Deze menu-instellingen maken het gemakkelijker om de LCD-monitor te zien wanneer u op heldere plekken bent. LCD [LCD MODE] [OFF] „ [AUTO POWER LCD]¢: De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. … [SPANNING LCD]: De LCD-monitor wordt helderder en gemakkelijker zichtbaar tijdens het opnemen ook buiten. ¢ Kan alleen ingesteld worden als de [OPNAME] modus ingesteld is.
Basiskennis Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden. [OFF]/[ON] [HISTOGRAM] Een Histogram is een grafiek die helderheid langs de horizontale as (zwart of wit) en het aantal pixels bij elk helderheidniveau op de verticale as afbeeld. Hiermee controleert u snel de belichting van een beeld. A donker B optimaal C helder • Als de opname en het histogram niet samenvallen in de volgende omstandigheden, wordt het histogram oranje afgebeeld.
Basiskennis Dit zal van display schakelen tussen het aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd. [RESTAANDUID.] [REST.OPNAMEN]: Dit zal het aantal opneembare beelden afbeelden voor stilstaande beelden. [REST.TIJD]: Dit zal de beschikbare opnametijd voor bewegende beelden afbeelden. [HIGHLIGHT] Wanneer de automatische overzichtfunctie geactiveerd is of wanneer u terugspeelt, verschijnen er witte verzadigde zones die in het zwart en wit knipperen.
Basiskennis Als u manueel scherpstelt, verschijnt een hulpscherm (MF Assist) in het middel van het scherm om u te helpen bij het scherpstellen. [MF ASSIST] [OFF] [ON]: Het midden van het scherm wordt vergoot over het hele scherm. • Raadpleeg P72 voor details. U kunt de levensduur van de batterij conserveren door deze menu’s in te stellen. Bovendien wordt de batterijlevensduur behouden door de LCD-monitor minder helder te zetten.
Basiskennis Als u de zoeker geselecteerd heeft in een opnamefunctie, zal het display automatisch naar de LCD-monitor schakelen als u de beelden afspeelt. [OFF] [WEERG OP LCD] [ON]: De LCD-monitor wordt ingeschakeld als u van de Opnamemodus naar de Afspeelmodus schakelt. U kunt de tijd besparen om over te schakelen naar de LCD-monitor ook als u de Viewfinder gebruikt. Stel de tijdsduur in waarna het beeld afgespeeld wordt nadat het opgenomen is. o [AUTO REVIEW] [OFF] [1SEC.] [2SEC.
Basiskennis w [RESETTEN] De [OPNAME] of [SET-UP] menu-instellingen worden weer teruggezet naar de begininstellingen. • Wanneer de [RESETTEN] instelling geselecteerd is tijdens opname, wordt tegelijk ook de operatie die de lens terugzet uitgevoerd. U zult het geluid hoeren van de lens die beweegt maar dit is normaal en duidt niet op slechte werking. • Als de instellingen van de Opnamemodus gereset worden, zullen de gegevens die met [GEZICHT HERK.] geregistreerd zijn, ook gereset worden.
Basiskennis Het formaat instellen voor de HDMI-output wanneer u afspeelt op de HDMI-compatibele hoge definitie-TV die aangesloten is op dit apparaat m.b.v. de HDMI-minikabel (optioneel). [AUTO]: De outputresolutie wordt automatisch ingesteld op basis van de informatie die wordt verkregen van de aangesloten TV. [1080i]: [HDMI-FUNCTIE] Voor de output wordt gebruikgemaakt van de interlacemethode met 1080 beschikbare scanlijnen.
Basiskennis Instellen van de afspeelwijze van 3D-beelden. [3D-WEERGAVE] [ ]: Instellen voor aansluiting op een 3D-compatibele televisie. [ ]: Instellen voor aansluiting op een niet 3D-compatibele televisie. Stel dit in als u 2D-beelden (conventionele beelden) op een 3D-compatibele televisie wilt bekijken. • Dit werkt wanneer de HDMI-minikabel (optioneel) is aangesloten. • Raadpleeg P150 voor de manier van afspelen van 3D-beelden in 3D.
Basiskennis ~ [TAAL] De taal op het scherm instellen. • Als u per ongeluk een andere taal instelt, kiest u [~] in het pictogrammenmenu om de gewenste taal in te stellen. Geeft de hoeveelheid beeldbibber weer die het toestel opgespoord heeft. ([O.I.S. DEMO]) De kenmerken van het toestel worden afgebeeld als diavoorstellingen. ([AUTO DEMO]) [O.I.S.
Opnemen Opnemen Over de LCD-monitor/Zoeker Druk op [DISPLAY] om te wijzigen. • Wanneer het menuscherm verschijnt, wordt de [DISPLAY] knop niet geactiveerd. Tijdens de terugspeelzoomfunctie, als u bewegende beelden terugspoelt en tijdens een diavoorstelling, kunt u alleen kiezen tussen E of G.
Opnemen ¢1 Als het [HISTOGRAM] in [SET-UP] menu ingesteld is op [ON], zal histogram afgebeeld worden. ¢2 U kunt tussen de beschikbare opnametijd en het aantal beschikbare opnamebeelden schakelen door [RESTAANDUID.] in het [SET-UP] menu in te stellen. ¢3 Als er meer dan 1000 opnamen overblijven of meer dan 1000 seconden speeltijd voor bewegende beelden in opname van bewegende beelden verschijnt er meer dan 1000 seconden, [ ] op het scherm. ¢4 De naam van de persoon die in [GEZICHT HERK.
Opnemen Toepasbare functies: Beelden maken met de zoom M.b.v. de Optische Zoom/M.b.v. de Extra Optische Zoom (EZ)/M.b.v. de Intelligente Zoom/M.b.v. de Digitale Zoom U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichter bij te doen lijken of uitzoomen om landschappen in brede hoek op te nemen. Om voorwerpen nog dichter (maximum van 46,9k) bij te doen lijken, de beeldgrootte niet instellen op de hoogste instelling voor elke aspectratio (X/Y/W/ ).
Opnemen ∫ Zoomtypes Eigenschap Maximum vergroting Beeldkwaliteit Optische zoom Extra optische zoom (EZ) 24k 46,9k¢ Geen verslechtering Condities Geen verslechtering [FOTO RES.] met geselecteerd. Geen Schermdisplay W A [ Eigenschap Maximum vergroting Intelligente Zoom T ] is afgebeeld. Digitale zoom Ongeveer 1,3 keer de optische zoom of 4 keer de Optische Zoom, Extra de extra optische zoom Optische Zoom of Intelligente Zoom Hoe hoger het vergrotingsniveau, hoe groter de verslechtering.
Opnemen Aantekening • De aangegeven zoomuitvergroting is correct bij benadering. • “EZ” is een afkorting voor “Extra Optical Zoom”. Met de optische zoom is het mogelijk om sterker uitvergrote foto’s te maken. • De objectiefcilinder wordt automatisch uit- of ingetrokken afhankelijk van de zoomstand. Onderbreek de beweging van de objectiefcilinder niet terwijl u het zoomhendeltje verplaatst. • Als u de zoomhendel verplaatst, kunt u een camerageluid horen of kan het toestel schudden. Dit is geen storing.
Opnemen Toepasbare functies: Beelden maken met Flits A De flits openen Druk op de openknop van de flits. B De flits sluiten Druk op de flits totdat deze klikt. • Sluit de flits altijd als u deze niet gebruikt. • De flitsinstelling is vastgesteld op [Œ] terwijl de flits gesloten wordt. Aantekening • Ervoor zorgen dat er geen vinger klem blijft zitten wanneer u een flitserlamp sluit. Naar de geschikte flitsinstelling schakelen De flits instellen voor opnamen. • Open de flits.
Opnemen Onderdeel ‡: AUTO : AUTO/Rodeogenreductie¢ ‰: Vast ingesteld op AAN : Vast ingesteld op AAN/Rodeogenreductie¢ : Langzame synchr./ Rodeogenreductie¢ Œ: Vast ingesteld op UIT Beschrijving van instellingen De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities. De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities.
Opnemen ∫ Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties.
Opnemen ∫ Beschikbaar flitsbereik • Het beschikbare flitsbereik is een benadering. Breed Tele [AUTO] in 30 cm tot 9,5 m¢1 [GEVOELIGHEID] 1,0 m tot 5,1 m¢1 ¢1 Wanneer [ISO-LIMIET] (P107) ingesteld is op [AUTO]. ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) ‡ 1/60¢2 tot 1/2000ste 1¢2 tot 1/2000ste ‰ Œ ¢2 Deze kan variëren afhankelijk van de [KORTE SLUITERT.] instelling.
Opnemen Stel de flitsoutput af Stel de flitsoutput af wanneer het onderwerp klein is, of de terugkaatsing zeer hoog of laag is. Druk verschillende keren op 3 [È] om [FLITSER] af te beelden en druk vervolgens op 2/1 om de flitsoutput in te stellen. • U kunt afstellen van [j2 EV] tot [i2 EV] in stappen van [1/3 EV]. • Kies [0 EV] om de oorspronkelijke flitswerking in te stellen. Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
Opnemen Toepasbare functies: Close-up’s maken ([MACRO-AF]/[MACRO ZOOM]) Druk op [AF/AF#/MF] om het scherm van de focusschakeling af te beelden. Op 3/4 drukken om [MACRO-AF] of [MACRO ZOOM] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Om te annuleren selecteert u [AF]. Onderdeel [MACRO-AF] [MACRO ZOOM] Beschrijving van instellingen Met deze functie kunt u close-up’s maken van een object, bijv. wanneer u opnamen van bloemen maakt.
Opnemen Toepasbare functies: Opnamen maken met handmatig scherpstellen Gebruik deze functie als u een vaste scherpstelling wenstof als de afstand tussen de lens en het object vast is en u de automatische scherpstelling niet wenst te gebruiken. Druk op [AF/AF#/MF] om het scherm van de focusschakeling af te beelden. Druk op 3/4 om [MF] te kiezen en dan op [MENU/SET]. • Om te annuleren selecteert u [AF].
Opnemen ∫ MF Assist Als [MF ASSIST] (P54) in het [SET-UP] menu op [ON] gezet is, en scherpstelling bereikt wordt, wordt de MF-zone (locaties die scherpgesteld zijn) vergroot. • Als u op [MENU/SET] drukt terwijl MF Assist weergegeven wordt, kan de MF-zone verplaatst worden met gebruik van 3/4/2/1. Door opnieuw op [MENU/SET] te drukken, keert het toestel terug naar MF Assist. • De volgende handelingen zorgen ervoor dat de MF-zone naar het centrum terugkeert. – De opnamemaat of –aspect veranderen.
Opnemen Toepasbare functies: Opnamen maken met de zelfontspanner Op 2 [ë] drukken. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Onderdeel Beschrijving van instellingen [UIT] — [2 SEC.] Na 2 seconden wordt de foto gemaakt. • Wanneer u een statief of dergelijke enz. gebruikt, is deze [10 SEC.] Na 10 seconden wordt de foto gemaakt. [10 S/3BEELDEN] Na 10 seconden maakt het toestel 3 foto’s met tussenpozen van ongeveer 2 seconden.
Opnemen Toepasbare functies: Belichtingscompensatie Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het onderwerp en de achtergrond. Onderbelichting Juiste belichting Overbelichting De belichting positief compenseren. De belichting negatief compenseren. Druk op 3 [È] tot [BELICHTING] verschijnt. Druk op 2/1 om de belichting te compenseren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnemen Toepasbare functies: Beelden maken met Auto Bracket Op deze wijze worden 3 beelden automatisch in het geselecteerde bereik van de belichtingscompensatie opgenomen, telkens als op de sluiterknop gedrukt wordt. Met Auto Bracket d1 EV 1ste beeld 2de beeld 3de beeld d0 EV j1 EV i1 EV Druk verschillende keren op 3 [È] tot [AUTO BRACKET] verschijnt. Druk op 2/1 om het compensatiebereik van de belichting in te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnemen Toepasbare functies: De lichtgevoeligheid instellen Hiermee kan de gevoeligheid voor het licht (ISO-gevoeligheid) worden ingesteld. Als u deze hoger zet, kunnen ook op donkere plaatsen opnamen worden gemaakt zonder dat de opnamen donker worden. Op 1 drukken [ ]. Druk op 3/4 om de ISO-gevoeligheid te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET] om deze in te stellen. Instellingen ISO-gevoeligheid AUTO De ISO-gevoeligheid wordt automatisch aangepast op basis van de helderheid.
Opnemen ∫ Over [ ] (slimme ISO-gevoeligheidscorrectie) Het toestel spoort de beweging van het onderwerp op en stelt de optimale ISO-gevoeligheid en sluitertijd vervolgens automatisch in zodat deze zo goed mogelijk bij de beweging van het onderwerp en de helderheid van de scène passen, om het schommelen van het onderwerp te minimaliseren. • De sluitersnelheid wordt niet vastgezet als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt.
Opnemen Toepasbare functies: Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd te specificeren Diafragmaprioriteit AE Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst. Stel de functieknop in op [ ]. Draai de functieknop achterop om de openingswaarde in te stellen.
Opnemen Handmatige belichtingsfunctie Bepaalde belichting door handmatig de opening en de sluitertijd in te stellen. De handmatige belichtingshulp verschijnt op het onderste gedeelte van het scherm om de belichting aan te geven. Stel de functieknop in op [ ]. Draai de functieknop achterop om de opening en de sluitertijd in te stellen. C Hulp bij handmatige belichting • Deze zal schakelen tussen openingsinstelling-werking en sluitertijdinstelling, elke keer dat de functieknop achterop ingedrukt wordt.
Opnemen Toepasbare functies: Foto’s maken met verschillende beeldeffecten (Creatieve Bedieningsfunctie) Terwijl u het onderwerp op het scherm controleert, kunt u de gewenste effecten instellen en doorgaan met foto’s maken. Stel de functieknop in op [ ]. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Onderdeel Effect [EXPRESSIEF] Dit is een pop art-stijl beeldeffect dat de kleur benadrukt.
Opnemen Bijstellen van [MINIATUUREFFECT] Door boven en onder of links en rechts van het ingestelde bereik een wazig effect in te stellen, zal het lijken of het beeld een miniatuurbeeld is. 1 Selecteer [MINIATUUREFFECT] met stap 2 op P80 en druk vervolgens op [MENU/SET]. 2 Druk op 4 om het instellingscherm af te beelden. • Er zal een frame weergegeven worden rondom de zone die niet wazig wordt. Stel de positie en de afmetingen van het frame in en druk vervolgens op [MENU/ SET] om het in te stellen.
Opnemen Toepasbare functies: Het maken van uitdrukkingsvolle portretten en landschapsopnamen (Geavanceerde scènefunctie) U kunt beelden maken van hoge kwaliteit van onderwerpen als personen, landschappen, sportevenementen en activiteiten, personen in avondscènes en bloemen in overeenkomst met de omgevende omstandigheden. Stel de functieknop in. Op 3/4 drukken om de geavanceerde scènefunctie te kiezen.
Opnemen [LANDSCHAP] Hiermee kunt u opnamen maken van een volledig landschap. [LANDSCHAP NORMAAL] [ARCHITECTUUR] [NATUUR] [SPORT] Daar instellen wanneer u beelden wilt maken van sportscènes of andere snelbewegende evenementen. [SPORT NORMAAL] [SPORT BINNEN] [SPORT BUITEN] Aantekening • Deze functie is geschikt voor het maken van beelden van onderwerpen op een afstand van 5 m of meer. • De sluitersnelheid kan langer worden, tot 1 seconde.
Opnemen [NACHTPORTRET] Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is als in het echt. [NACHTPORTRET] [NACHTOP. UIT HAND] [NACHTL. SCHAP] [VERLICHTING] ∫ Handheld Night Shot Deze modus stelt u in staat om meervoudige beelden van nachtelijke scènes bij hoge snelheid op te nemen, die alle in een enkel beeld gecombineerd worden. Trillingen en beeldruis zullen gereduceerd worden, ook als u de opnames met het toestel in uw hand maakt.
Opnemen Toepasbare functies: Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie) Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de gewenste opname. Stel de functieknop in op [ ]. Druk op 3/4/2/1 om de scènefunctie te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnemen [PANORAMA ASSIST] U kunt beelden maken met aansluitingen die geschikt zijn voor het creëren van panoramabeelden. ∫ Instellen van de opnamerichting 1 Druk op 3/4 om de opnamerichting te kiezen en druk dan op [MENU/SET]. • De horizontale/verticale richtlijn zal afgebeeld worden. 2 Maak de opname. • U kunt het beeld opnieuw maken door [NIEUW] te selecteren. 3 Op 3 drukken om [VOLG.] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Opnemen [KAARSLICHT] Met deze functie kunt u opnamen maken bij kaarslicht. ∫ Technieken voor de opnamen bij kaarslicht • Dit werkt beter dan wanneer u beelden maakt zonder de flits te gebruiken. Aantekening • We raden het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen. • De sluitersnelheid kan langer worden, tot 1 seconde. [BABY1]/[BABY2] Met deze functie kunt u opnamen maken van een baby met een mooi huidkleurtje. Als u de flits gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders.
Opnemen [HUISDIER] Kies dit als u opnamen wil maken van een huisdier zoals een hond of een kat. U kunt de naam en verjaardag van uw huisdier instellen. Voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM], [BABY1]/[BABY2] op P87 raadplegen. [ZONSONDERG.] Kies dit als u opnamen wil maken van een zonsondergang. U kunt op deze manier de mooie rode kleur van de zon opnemen. [H. GEVOELIGH.
Opnemen [FLITS-BURST] Stilstaande beelden worden continu gemaakt met flits. Dit is handig om continue stilstaande beelden te maken op donkere plekken. ∫ Beeldresolutie en aspectratio Selecteer het beeldformaat 3M (4:3), 2,5M (3:2), 2M (16:9) of 2,5M (1:1). • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop helemaal ingedrukt is. Aantal opnamen max.
Opnemen [PANNING] Als u de camera beweegt om een voorwerp te volgen in één richting, zoals bijvoorbeeld een renner of een auto, wordt de achtergrond onscherp en blijft de camera scherpgesteld op het object. Dit effect heet “panning”. Met deze functie kunt u dit effect gemakkelijker bereiken. ∫ De sluitertijd instellen Selecteer [AUTO] of [DIAFRAGMA VOORRANG]. • Als u [AUTO] selecteert, zal het niet mogelijk zijn de sluitersnelheid te selecteren.
Opnemen [STERRENHEMEL] Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker voorwerp. ∫ De sluitertijd instellen Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.]. • Druk de sluiterknop volledig in om het aftelbeeldscherm weer te geven. Beweeg het toestel niet wanneer dit beeldscherm weergegeven wordt. Wanneer het aftellen eindigt, verschijnt [AUB WACHTEN ...] net zolang als de ingestelde sluitertijd duurt, om de signalen te verwerken.
Opnemen [STRAND] Hiermee kunt u levendige opnamen maken van de blauwe kleur van de zee of de hemel enz. Het voorkomt ook onderbelichting van mensen in te sterk zonlicht. Aantekening • Raak de camera niet aan met natte handen. [SNEEUW] Hiermee kunt u opnamen maken met een zo wit mogelijke sneeuw op een skiveld of een besneeuwde bergtop. [LUCHTFOTO] Met deze functie maakt u foto’s terwijl u in het vliegtuig zit.
Opnemen [3D FOTO MODE] Er worden continu beelden gemaakt terwijl u het toestel horizontaal beweegt en twee automatisch geselecteerde beelden worden gecombineerd om een enkel 3D-beeld te maken. Om 3D-beelden te kunnen bekijken, heeft u een televisie nodig die 3D ondersteunt. (Dit toestel zal in 2D afspelen.) Raadpleeg P150 voor details over de afspeelmethode. ∫ Techniek voor 3D Photo Mode Start de opname en beweeg het toestel vervolgens in een rechte lijn van links naar rechts.
Opnemen Toepasbare functies: Opnemen van Bewegend Beeld met Handmatige Instellingen (Creatieve bewegende beeldfunctie) Het is mogelijk om de openingswaarde en de sluitersnelheid manueel te veranderen en video’s op te nemen. Het inschakelen van de [BELICHT.STAND] stelt u in staat instellingen te gebruiken zoals die, die gebruikt worden wanneer de functieknop op [ ], [ ], [ ] en [ ] geschakeld wordt. Stel de functieknop in op [ ].
Opnemen Aantekening • De instellingen van de waarden van diafragma, sluitersnelheid en belichtingscompensatie kunnen veranderd worden tijdens het opnemen van bewegende beelden. In dit geval dient u op te letten omdat de geluiden van deze instellingen opgenomen kunnen worden. • Handmatig instellen van een hogere sluitertijd zou het lawaai op het scherm kunnen doen toenemen wegens de hogere gevoeligheid.
Opnemen Toepasbare functies: Opnamen maken in Klantfunctie U kunt één van uw eigen standaard instellingen selecteren die opgeslagen zijn met [GEH VOORK INST], om het overeen te doen komen met de omstandigheden van het maken van het beeld. Registratie van eigen menu-instellingen (registratie van custom-instellingen) Stel de functieknop in om de modus te selecteren die u wilt bewaren, en stel vervolgens het menu op het toestel in. Selecteer [GEH VOORK INST] op het [SET-UP] menu.
Opnemen ∫ Beelden opnemen met geregistreerde menu-instellingen 1 Stel de functieknop in op [ 2 Druk op 3/4 om de standaard instellingen te selecteren die u wilt gebruiken. • Druk op [DISPLAY] om de instellingen af te beelden voor elk menu-item. (Druk op 2/1 ]. om te wisselen tussen schermen en drukt vervolgens op [DISPLAY] om terug te keren naar het selectiescherm.) Weergegeven items van het hoofdmenu Opnamefunctie [MEETFUNCTIE] [FOTOSTIJL] [INT.DYNAMIEK] [ASPECTRATIO] [I.RESOLUTIE] [FOTO RES.
Opnemen Toepasbare functies: Opnemen Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie Gezichtsdetectie is een functie die een gezicht vindt dat op een geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting automatisch prioriteit geeft. Zelfs als de persoon geplaatst is zich enigszins op de achtergrond bevindt of aan het uiteinde van een rij op een groepsfoto staat, kan het toestel toch een duidelijk beeld maken. [GEZICHT HERK.] wordt aanvankelijk ingesteld op [OFF] op het toestel. [GEZICHT HERK.
Opnemen Gezichtsinstellingen U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van maximaal 6 personen. De registratie kan vergemakkelijkt worden door het maken van meerdere gezichtsbeelden van elk persoon. (maximaal 3 beelden/registratie) ∫ Opnamepunt wanneer u de gezichtsbeelden registreert • Gezichtvoorkant met open ogen en mond gesloten, ervoor zorgend dat de uitlijn van het gezicht, de ogen of de wenkbrauwen niet bedekt worden door het haar wanneer u registreert.
Opnemen Selecteer item om te bewerken met 3/4 en druk vervolgens op 1. • U kunt t/m 3 gezichtsbeelden registreren. Onderdeel Beschrijving van instellingen [NAAM] Het is mogelijk namen te registreren. 1 Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/SET]. 2 De naam invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P103. [LEEFTIJD] Het is mogelijk de verjaardag te registreren. 1 Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/SET].
Opnemen De informatie veranderen of wissen voor een geregistreerde persoon U kunt de beelden of informatie modificeren van een al geregistreerde persoon. U kunt ook de informatie wissen van de geregistreerde persoon. 1 2 3 4 Selecteer [GEZICHT HERK.] van het [OPNAME] Functiemenu en druk vervolgens op 1. (P46) Druk op 4 om [MEMORY] te kiezen en dan op [MENU/SET]. Druk op 3/4/2/1 om het gezichtsbeeld dat bewerkt of gewist moet worden te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnemen Automatische Registratie Wanneer [AUTOM. REGISTR.] ingesteld is op [ON], zal het registratiescherm automatisch afgebeeld worden na het maken van een beeld of van een gezicht dat een vaak voorkomt. Registratiescherm wordt na ongeveer 3 beelden afgebeeld. 1 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Indien er geen geregistreerde personen zijn, ga dan over naar stap 3.
Opnemen Tekst Invoeren Het is mogelijk om namen van baby's en huisdieren en de namen van reisbestemmingen in te voeren wanneer u opneemt. (Er kunnen alleen alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.) Het invoerscherm afbeelden en op 4 drukken om de letterselectie-sectie af te beelden. • U kunt het invoerscherm afbeelden via de volgende handelingen. – [NAAM] van [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] in Scènefunctie – [NAAM] in [GEZICHT HERK.] – [LOCATIE] in [REISDATUM] – [TITEL BEW.
Opnemen Het functiemenu [OPNAME] gebruiken Voor details over [OPNAME] functiemenu, P46 raadplegen. [FOTOSTIJL] Toepasbare functies: Er kunnen 6 soorten effecten geselecteerd worden om overeen te komen met het beeld dat u wenst op te nemen. Het is mogelijk de items zoals kleur of beeldkwaliteit van het effect naar uw wens af te stellen. [STANDAARD] Dit is de standaard instelling. [LEVENDIG] Prachteffect met hoge verzadiging en contrast. [NATUURLIJK] Zacht effect met lage verzadiging.
Opnemen ∫ Bijstellen van de beeldkwaliteit 1 Druk op 2/1 om het type Photo Style te selecteren. 2 Druk op 3/4 om de items te selecteren en druk vervolgens op 2/1 om deze bij te stellen. Onderdeel Effect [r] Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [s] Vermindert het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [CONTRAST] S [SCHERPTE] [VERZADIGING] [r] Het beeld is zeer scherp. [s] Het beeld is onscherp. [r] De kleuren van het beeld zijn levendig.
Opnemen [FOTO RES.] Toepasbare functies: Stel het aantal pixels in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden zal blijken zelfs wanneer ze afgedrukt worden op grote vellen. [ASPECTRATIO]: [X] [ASPECTRATIO]: [Y] [12M] [10.5M] 4000k3000 4000k2672 [8M ]¢ ]¢ 3264k2448 [7M [5M ] 2560k1920 [4.5M ]¢ 2560k1712 2048k1360 640k424 [3M ¢ ] 2048k1536 [2.5M ]¢ [2M ]¢ 1600k1200 [0.3M ]¢ [0.
Opnemen [KWALITEIT] Toepasbare functies: De compressiesnelheid instellen waarop de beelden opgeslagen moeten worden. [A] Fijn (wanneer u de prioriteit geeft aan de beeldkwaliteit) [›] Standaard (wanneer u de standaard beeldkwaliteit gebruikt en het aantal op te nemen beelden vergroot zonder het aantal pixels te veranderen) Aantekening • De instelling is vastgesteld op [›] in de volgende gevallen. – In [NACHTOP. UIT HAND] in [NACHTPORTRET] – In [H. GEVOELIGH.
Opnemen [WITBALANS] Toepasbare functies: In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
Opnemen ∫ Automatische witbalans Afhankelijk van de dominante omstandigheden waarin beelden gemaakt worden, kunnen de beelden een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Bovendien wanneer er meerdere lichtbronnen gebruikt worden of er niets is met een kleur die in de buurt van wit zit, kan de automatische witbalans niet goed kunnen werken. In zo een geval, de witbalans instellen op een andere functie dan [AWB]. 1 De automatische witbalans zal met dit bereik werken.
Opnemen De witbalans fijn afstellen U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans. • U kunt instellen vanaf het snelle menu. (P47) 1 2 Selecteer Witbalans en druk vervolgens op 1. • Druk weer op 1 als [ 1 ], [ 2 ] of [ ] geselecteerd wordt. Druk op 3/4/2/1 om de witbalans af te stellen en druk dan op [MENU/SET].
Opnemen Witbalans bracket Bracket wordt ingesteld op basis van de afstellingen van de witbalansfijnafstelling; met één druk op de sluiterknop worden automatisch 3 opnamen ineens met verschillende kleuren gemaakt. 1 2 Druk op [DISPLAY] in stap 2 van de procedure van “De witbalans fijn afstellen” en druk op 3/4/2/1 om de bracket in te stellen. 2/1: Horizontaal (A naar B) 3/4: Verticaal (Gi naar Mj) Op [MENU/SET] drukken. Aantekening •[ ] wordt op het scherm weergegeven als het ingesteld wordt.
Opnemen [AF MODE] Toepasbare functies: Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past. [š]: Gezichtsdetectie De camera vindt automatisch het gezicht van de persoon. De focus en de belichting worden ingesteld op de waarden die het best passen bij dat gezicht, ongeacht waar het gezicht zich in het beeld bevindt. (max. 15 zones) [ ]: AF-opsporing¢ [ ]: 23-zonefocussing¢ Er kan op max. 23 punten per AF-zone worden scherpgesteld.
Opnemen ∫ Over [š] (Gezichtsherkenning) De volgende AF-zoneframes worden afgebeeld wanneer het toestel de gezichten vindt. Geel: Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de frame groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft. Wit: Afgebeeld wanneer er meer dan één gezicht gevonden wordt. Er wordt ook op de andere gezichten die zich op dezelfde afstand bevinden als gezichten binnen de gele AF-zones scherpgesteld.
Opnemen ∫ Opzetten van [ ] (AF-opsporing) Breng het onderwerp naar de AF-opsporingsframe en druk op [AF/AE LOCK] om het onderwerp te vergrendelen. A AF-volgframe • De AF-zone zal geel weergegeven worden wanneer een onderwerp herkend wordt en de belichting en de scherpstelling zullen automatisch ingesteld worden terwijl de beweging van het onderwerp gevolgd wordt (dynamisch volgen). • AF-tracking wordt geannuleerd als opnieuw op [AF/AE LOCK] gedrukt wordt.
Opnemen ∫ Veranderen van positie en afmetingen van de AF-zone (Alleen als [Ø] geselecteerd is) Als u een van de volgende handelingen uitvoert, zal het scherm naar het instellingenmenu schakelen. • Als [Ø] geselecteerd is, druk dan op [FOCUS]. • Selecteer [Ø] uit het menuscherm en druk op 1. • Druk vanuit het Snelmenuscherm, als [Ø] geselecteerd is, op [DISPLAY]. 1 Op 3/4/2/1 drukken om de AF-zone te verplaatsen. • U kunt instellen op onwillekeurige positie van het scherm.
Opnemen [AF/AE VERGR.] Toepasbare functies: Een beeld maken met focus of belichting vergrendeld. Dit is een techniek voor het instellen van de focus en de belichting vooraf wanneer het onderwerp zich buiten de focuszone bevindt of wanneer het contrast te scherp is en de juiste belichting niet verkregen kan worden. [AF] Alleen de focus is ontgrendeld. •[ ] is afgebeeld wanneer de focus afgesteld is. [AE] Alleen de belichting is vergrendeld.
Opnemen [MEETFUNCTIE] Toepasbare functies: Type optische meting om helderheid te meten kan veranderd worden. [C]: [ Multipel ]: Middenmeting [Ù]: Spot Dit is de methode waarbij de camera de beste belichting meet door de helderheid op het hele beeld automatisch te berekenen. Wij raden aan om zoveel mogelijk deze methode te gebruiken.
Opnemen [INT.DYNAMIEK] (Intelligent dynamic range control) Toepasbare functies: Contrast en belichting zullen automatisch aangepast worden wanneer er een groot verschil is in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp, om het beeld dichtbij te brengen naar hoe u ziet. [OFF]/[LOW]/[STANDARD]/[HIGH] Aantekening • Zelfs wanneer de [GEVOELIGHEID] ingesteld is op [ISO100], kan [GEVOELIGHEID] ingesteld hoger ingesteld worden dan [ISO100] als het beeld gemaakt wordt met [INT.DYNAMIEK] ingesteld op geldig.
Opnemen [BURSTFUNCTIE] Toepasbare functies: Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. [OFF]/[˜] Burstsnelheid (opnamen/seconde) Ongeveer 3,7 Aantal opnamen (opnamen) max. 7 Aantekening • Focus, belichting en witbalans zullen op de instellingen voor het eerste beeld vastgezet zijn. Afhankelijk van veranderingen in de helderheid van het onderwerp zou de opname vanaf het tweede beeld helderder of donkerder kunnen zijn. • Als de zelfontspanner op [2 SEC.] of [10 SEC.
Opnemen [DIG. ZOOM] Toepasbare functies: Dit kan het onderwerp zelfs nog meer vergroten dan de Optische Zoom, de Extra Optische Zoom of de Intelligente Zoom. [OFF]/[ON] Aantekening • P62 raadplegen voor gedetailleerde informatie. • De instelling is vastgesteld op [ON] in macro-zoomfunctie. [STABILISATIE] Toepasbare functies: m.b.v. deze functie, wordt schudden opgemerkt tijdens het maken van een foto en compenseert de camera automatisch voor het schudden, het zo mogelijk makend onbewogen foto’s te maken.
Opnemen [AF ASS. LAMP] Toepasbare functies: De AF-hulplamp zal het onderwerp verlichten als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt en maakt het zo gemakkelijker voor het toestel om scherp te stellen als een opname bij weinig licht gemaakt wordt. (Al naargelang de opnameomstandigheden zal een grotere AF-zone weergegeven worden.) [OFF]/[ON] Aantekening • Het effectieve bereik van de AF-assistentielamp is 1,5 m. • Wanneer u de AF-lamp A niet wenst te gebruiken (b.v.
Opnemen [RODE-OGEN CORR] Toepasbare functies: Wanneer de rode-ogenreductie ([ ], [ ], [ ]) geselecteerd is, wordt de digitale rode-ogencorrectie telkens uitgevoerd wanneer de flitser gebruikt wordt. Het toestel spoort automatisch rode ogen op en corrigeert het beeld. [OFF]/[ON] Aantekening • Alleen beschikbaar wanneer [AF MODE] ingesteld is op [š] en de gezichtsdetectie actief is. • Onder bepaalde omstandigheden, kan de rode ogenreductie niet gecorrigeerd worden.
Opnemen Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken In de Creative Motion Picture Mode zal het instelbare menu [OPNAME] weergegeven worden in het menu [BEWEGEND BEELD] menu. In [3D FOTO MODE] in de Scène Mode zal het menu [BEWEGEND BEELD] niet weergegeven worden. Voor details over [BEWEGEND BEELD] instellingen van het functiemenu raadplegen P46. [OPNAMEFUNCT.] Toepasbare functies: Dit stelt het gegevensformaat van bewegende beelden op.
Opnemen [OPN. KWALITEIT] Toepasbare functies: Dit stelt de beeldkwaliteit van bewegende beelden op.
Opnemen [BELICHT.STAND] Toepasbare functies: Dit verandert de set-up in Creatieve bewegende beeldfunctie. [ ]/[ ]/[ ]/[ ] Aantekening • Raadpleeg P94 voor details. [CONTINU AF] Toepasbare functies: Deze zal continu blijven scherp stellen op het onderwerp waarop de focus een maal ingesteld is. [OFF]/[ON] Aantekening • Zet deze functie op [OFF] indien u het brandpunt wenst vast te zetten op de positie waarin u de filmopname begon.
Opnemen [WINDREDUCTIE] Toepasbare functies: Dit voorkomt automatisch dat windruis opgenomen wordt. [OFF]/[AUTO] Aantekening • De geluidskwaliteit kan anders dan gewoon zijn, als [WINDREDUCTIE] ingesteld is. • Deze zal op [OFF] vastgezet worden als [ZOOM-MIC] op [ON] gezet is. • Niet beschikbaar met [MINIATUUREFFECT] in Creatieve Bedieningsfunctie. [ZOOM-MIC] Toepasbare functies: Gekoppeld aan het zoomen, zullen verre geluiden met Tele en omgevingsgeluiden met Wide opgenomen worden.
Afspelen/Bewerken Afspelen/Bewerken Diverse afspeelmethoden U kunt de gemaakte foto’s op diverse manieren afspelen. Druk tijdens het afspelen op [MENU/SET]. Op 1 drukken. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De volgende items kunnen geselecteerd worden. [2D/3D-INST.]¢ [MODE PLAY] (P129) [NORMAAL AFSP.] (P37) [CATEGOR. AFSP.] (P129) [DIASHOW] (P127) [FAVORIET AFSP.] (P129) ¢ De afspeelmethode voor 3D-beelden kan omgeschakeld worden.
Afspelen/Bewerken ∫ Operaties die uitgevoerd worden tijdens diavoorstelling De cursor die afgebeeld wordt tijdens het terugspelen is dezelfde als 3/4/2/1. 3 Afspelen/Pauzeren 4 Stop 2 Terug naar het vorige beeld¢ 1 Verder naar het volgende beeld¢ [W] Verlaagt het niveau van het volume [T] Verhoogt het niveau van het volume W T ¢ Deze handelingen kunnen alleen uitgevoerd worden in de pauzefunctie of tijdens het afspelen van bewegend beeld.
Afspelen/Bewerken [MODE PLAY] De beelden worden geclassificeerd in alleen foto’s, alleen bewegende beelden of alleen 3D-beelden en afgespeeld. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Raadpleeg P150 voor de manier van afspelen van [3D-WEERGAVE]-beelden in 3D. [CATEGOR. AFSP.] Deze functie biedt u de mogelijkheid beelden te zoeken per scènefunctie of andere categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL.
Afspelen/Bewerken Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken U kunt foto’s instellen die u naar websites kunt uploaden waar u ze met anderen kunt delen. U kunt de foto’s bewerken, bijvoorbeeld bijsnijden, en u kunt ook de beveiliging van de opgenomen beelden instellen, enz. • Met [TEKST AFDR.], [NW. RS.], [BIJSNIJD.] of [LEVELING] wordt er een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Afspelen/Bewerken [UPLOADINSTELLINGEN] Het is mogelijk om op dit toestel de beelden in te stellen die u wilt uploaden naar de websites voor het delen van foto’s (Facebook/YouTube). • U kunt naar YouTube alleen bewegende beelden uploaden en zowel bewegende beelden als foto’s naar Facebook. • Dit kan niet gedaan worden met de beelden die in het interne geheugen staan. Kopieer deze naar een kaart (P145) en voer vervolgens [UPLOADINSTELLINGEN] uit.
Afspelen/Bewerken [TITEL BEW.] U kunt tekst (commentaar) toevoegen aan beelden. Nadat er tekst geregistreerd is, kan het afgedrukt worden bij het printen m.b.v. [TEKST AFDR.] (P134). Selecteer [TITEL BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [ENKEL] Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen. [MULTI] • [’] wordt afgebeeld voor beelden met al geregistreerde titels.
Afspelen/Bewerken [SPLITS VIDEO] De opgenomen video kan in twee delen gesplitst worden. Dit wordt aanbevolen wanneer u een deel dat u nodig heeft wilt afsplitsen van een deel dat u niet nodig heeft. Eenmaal gesplitst kan het niet meer opgeroepen worden. Selecteer [SPLITS VIDEO] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Druk op 2/1 om de te splitsen video te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 3 op het punt waarop u wilt splitsen.
Afspelen/Bewerken [TEKST AFDR.] U kunt de opnamedatum/tijd, naam, plaats, reisdatum of titel op de gemaakte beelden afdrukken. Selecteer [TEKST AFDR.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [ENKEL] Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen. [MULTI] • [‘] verschijnt op het scherm als het beeld afgedrukt si met tekst.
Afspelen/Bewerken Druk op 3/4 om de instellingen te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Onderdeel Instellingsitem [OFF] [OPNAMEDATUM] [ZON. TIJD]: Druk het jaar, de maand en de dag af. [MET TIJD]: Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af. [OFF] [ ]: Drukt namen af die geregistreerd zijn in de naaminstellingen voor [GEZICHT HERK.]. [NAAM] [ ]: Drukt namen af die geregistreerd staan in de naaminstellingen voor [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] in Scènefunctie.
Afspelen/Bewerken [NW. RS.] Om gemakkelijk posten naar webpagina's, bijlagen naar email enz. toe te laten, wordt de beeldresolutie (aantal pixels) gereduceerd. Selecteer [NW. RS.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en de resolutie. Instelling [ENKEL] 1 2 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Afspelen/Bewerken [BIJSNIJD.] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. Selecteer [BIJSNIJD.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Gebruik het zoomhendeltje en druk op 3/4/2/1 om de te knippen delen te selecteren. W T Zoomhendel (T): Vergroting Zoomhendeltje (W): Reductie 3/4/2/1: Verplaatsen Op [MENU/SET] drukken. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven.
Afspelen/Bewerken [LEVELING] Enigszins kantelen van het beeld kan afgesteld worden. Selecteer [LEVELING] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 2/1 om de kanteling bij te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. 1: met de klok mee 2: tegen de klok in • Tot 2 o kan afgesteld worden. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [JA] geselecteerd wordt. Verlaat het menu na de uitvoering.
Afspelen/Bewerken [LCD ROTEREN] Deze stand biedt u de mogelijkheid automatisch beelden verticaal af te beelden als deze gemaakt zijn met het toestel verticaal gehouden. Selecteer [LCD ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 4 drukken om [ON] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De opnamen worden afgebeeld zonder gedraaid te worden wanneer u [OFF] kiest.
Afspelen/Bewerken [FAVORIETEN] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. – Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([FAVORIET AFSP.]) – De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. – Alle beelden wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ]) Selecteer [FAVORIETEN] op het [AFSPELEN] functiemenu.
Afspelen/Bewerken [PRINT INST.] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
Afspelen/Bewerken ∫ Alle [PRINT INST.] instellingen annuleren 1 Selecteer [PRINT INST.] op het [AFSPELEN] functiemenu. 2 Op 3/4 drukken om [ANNUL] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [JA] geselecteerd wordt. Verlaat het menu na de uitvoering. ∫ De datum afdrukken Na het instellen van het aantal afdrukken, kunt u het afdrukken met de opnamedatum instellen/annuleren door op [DISPLAY] te drukken.
Afspelen/Bewerken [BEVEILIGEN] U kunt een beveiliging instellen voor opnamen waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. Selecteer [BEVEILIGEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen. [ENKEL] [MULTI] Instelling [MULTI] • Deze stappen herhalen voor elk beeld.
Afspelen/Bewerken [GEZ.HERK. BEW.] U kunt de informatie m.b.t. de Gezichtsdetectie wissen of veranderen voor het geselecteerde beeld. Selecteer [GEZ.HERK. BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Druk op 3/4 om [REPLACE] of [DELETE] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken. Op 2/1 drukken om de persoon te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Afspelen/Bewerken [KOPIE] U kunt de gegevens van de beelden de u gemaakt hebt kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart of van een kaart naar het ingebouwde geheugen. Selecteer [KOPIE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P46) Op 3/4 drukken om het menu-onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. : Alle beeldgegevens die in het ingebouwde geheugen zijn opgeslagen, worden in één keer gekopieerd op de kaart.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten op andere apparatuur Beelden terugspelen op een TV-scherm Beelden die met dit toestel opgenomen zijn, kunnen op een TV afgespeeld worden. Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit. Bevestig de aansluitingen op uw TV en gebruik een kabel die daarmee compatibel is. De beeldkwaliteit kan variëren al naargelang de gebruikte aansluitingen. 1 Hoge kwaliteit 2 HDMI aansluiting 3 Video aansluiting Sluit het toestel en de TV op elkaar aan.
Aansluiten op andere apparatuur Schakel de TV in en selecteer de ingang die bij de gebruikte aansluiting past. Zet het toestel aan en druk vervolgens op [(]. Aantekening • Afhankelijk van de [ASPECTRATIO] kunnen er zwarte stroken afgebeeld worden bovenaan en onderaan of links en rechts van de beelden. • Verander het beeldscherm op uw TV als het beeld met afgesneden boven- of onderkant weergegeven wordt.
Aansluiten op andere apparatuur Gebruik van VIERA Link (HDMI) Wat is VIERA Link (HDMI) (HDAVI Control™)? • Met deze functie kunt u met behulp van de afstandsbediening voor de Panasonic-TV eenvoudige handelingen uitvoeren wanneer dit toestel met behulp van een HDMI-minikabel (optioneel) voor automatisch gekoppelde handelingen is aangesloten op het VIERA Link-compatibele apparaat. (Niet alle handelingen zijn mogelijk.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Om het geluid van de bewegende beelden af te spelen, de [GELUID] in het instellingscherm van de Diavoorstelling instellen op [AUTO] of [AUDIO]. • Bedieningsiconen worden verborgen of als er geen bediening uitgevoerd wordt gedurende een bepaalde tijd wanneer de bedieningsiconen afgebeeld worden. De bedieningsiconen worden afgebeeld wanneer één van de volgende toetsen ingedrukt wordt terwijl de bedieningsiconen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen van 3D-beelden Afspelen van 3D-beelden Sluit het toestel aan op een televisie die compatibel is met 3D, speel de in 3D opgenomen beelden af en geniet van de extra effecten van de 3D-beelden. Het is ook mogelijk om de in 3D opgenomen beelden af te spelen door een SD-kaart in de 3D-compatibele televisie, die een kaartsleuf heeft, te plaatsen.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Als het beeld niet geschikt is om in 3D bekeken te worden (te grote ongelijkheid, enz.) – [DIASHOW]: Het beeld wordt in 2D afgespeeld. – [MODE PLAY]: Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Kies of u het beeld al dan niet in 3D wilt afspelen. • Het kan zijn dat 2 beelden naast elkaar weergegeven worden als een 3D-beeld op een TV afgespeeld wordt die niet compatibel is met 3D.
Aansluiten op andere apparatuur Opslaan van de opgenomen stilstaande beelden en bewegende beelden Methoden om stilstaande en bewegende beelden te exporteren naar andere inrichtingen zullen variëren afhankelijk van het bestandsformaat. (JPEG, MPO, AVCHD, of MP4.) Hier volgen enige suggesties.
Aansluiten op andere apparatuur Kopieer het afspeelbeeld m.b.v. een AV-kabel Bestandsformaten die gebruikt kunnen worden: [AVCHD], [MP4] Kopiëren van beelden, die met dit toestel afgespeeld worden, naar Blu-ray disks, DVD disks, harde schijven of video’s, met gebruik van een Blu-ray Disk Recorder, een DVD recorder of een video. Dit kan afgespeeld worden met apparatuur dat niet compatibel is met hoge definitie, daarom is het handig voor het uitdelen van kopieën.
Aansluiten op andere apparatuur Kopiëren naar een PC met gebruik van “PHOTOfunSTUDIO” Bestandsformaten die gebruikt kunnen worden: [JPEG], [MPO], [AVCHD], [MP4] Het is mogelijk om foto’s en video’s te verwerven die opgenomen zijn in de formaten [AVCHD] of [MP4], of om DVD-video’s van conventionele standaardkwaliteit te creëren uit de video die opgenomen was als [AVCHD], met gebruik van “PHOTOfunSTUDIO” op de (bijgeleverde) CD-ROM.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiting op de PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • Sommige PC's kunnen direct van de kaart lezen die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw PC. • Als de gebruikte computer geen SDXC-geheugenkaarten ondersteunt, kan een bericht verschijnen waarin u verzocht wordt om te formatteren (door te formatteren zullen de opgenomen beelden gewist worden, dus kies ervoor niet te formatteren).
Aansluiten op andere apparatuur Het verkrijgen van stilstaande beelden en [MP4] bewegende beelden (behalve [AVCHD] bewegende beelden) AV OUT/DIGITAL AV OUT/DIGITAL Voorbereiding: Zet het toestel en de PC aan. Verwijder de kaart voordat u de beelden gebruikt in het ingebouwde geheugen. A USB aansluitkabel (bijgeleverd) • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit. (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ De inhoud bekijken van het ingebouwde geheugen of kaart m.b.v. de PC (mapsamenstelling) Voor Windows: De drive ([Verwisselbare schijf]) wordt weergegeven in [Computer] Voor Mac: Een drive ([LUMIX], [NO_NAME] of [Untitled]) wordt op het bureaublad weergegeven.
Aansluiten op andere apparatuur Uploaden van beelden naar websites waarin deze met anderen gedeeld kunnen worden U kunt foto’s en films uploaden naar de websites die bestemd zijn om de beelden met anderen te delen (Facebook/YouTube), gebruikmakend van de upload tool “LUMIX Image Uploader”. U hoeft de beelden niet naar de PC over te brengen of speciale software op de PC te installeren.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u het toestel verbindt aan een printer die PictBridge verdraagt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en aangeven dat het afdrukken gestart moet worden op de LCD-monitor van het toestel. • Sommige printers kunnen direct van de kaart afdrukken die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw printer. AV OUT/DIGITAL AV OUT/DIGITAL Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten.
Aansluiten op andere apparatuur Een beeld kiezen en uitprinten Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. PictBridge 100-0001 SELECTEER DE FOTO OM TE PRINTEN VEELV. AFDR. SELEC Op 3 drukken om [PRINT START] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Raadpleeg P161 voor de items die niet ingesteld kunnen worden voordat u de beelden begint af te drukken. • De USB-kabel losmaken na het afdrukken. PRINTEN ENKELVOUDIG SELECT. PRINT START PRINT MET DAT.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een opmaak die niet verwerkt worden door het toestel, stelt u [PAPIERAFMETING] of [LAY-OUT PAGINA] in op [{] en stelt u vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer.
Aansluiten op andere apparatuur [PAPIERAFMETING] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] 100 mmk148 mm [16:9] 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur [LAY-OUT PAGINA] (Paginaopmaken die ingesteld kunnen worden met dit toestel) Onderdeel Beschrijving van instellingen { De printerinstellingen hebben voorrang. á 1 beeld zonder frame op 1 pagina â 1 beeld met een frame op 1 pagina ã 2 beelden op 1 pagina ä 4 beelden op 1 pagina • U kunt geen enkel onderdeel kiezen als de paginaopmaak niet verwerkt kan worden door de printer.
Overige Overige Optionele accessoires Conversielens (optioneel) Met de optionele conversielenzen kunt u nog meer beelden ver weg opnemen en beelden dichtbij van kleinere onderwerpen maken. Voorbereidingen: verwijder de lensdop en de lenskap. 1 Bevestig de lensadapter. • Draai de lensadapter langzaam en 2 Bevestig de tele-conversielens. voorzichtig.
Overige 3 Selecteer [CONVERSIE] op het [OPNAME] functiemenu. (P46) • Raadpleeg P122 voor [CONVERSIE]. 4 Druk op 3/4 om [ ] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]. • Op dezelfde manier instellen om ook [ C ] te selecteren. • Altijd instellen op [OFF] wanneer de conversielens eraf genomen wordt. Aantekening • Lensadapter (DMW-LA5; optioneel) is nodig voor het gebruiken van de conversielens.
Overige Netadapter (optioneel)/DC-koppelaar (optioneel) De netadapter (optioneel) kan alleen gebruikt worden met de speciale Panasonic DC-koppelaar (optioneel). De netadapter (optioneel) kan niet autonoom gebruikt worden. Voorbereidingen: Zet de power-schakelaar op [OFF] en bevestig of de lensromp ingetrokken is. A B C D E 1 2 Kaart-/batterijdeksel DC-koppelaar DC-koppelaardeksel AC-adapter AC-kabel Trek de Kaart/batterijklep en de DC-koppelaarklep open. Doe de DC-koppelaar in dit apparaat.
Overige Schermdisplay ∫ In Opname 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Opnamefunctie Windverwijdering (P126) ISO VIVID 100 : Zoommicrofoon (P126) 33 15 Flitsfunctie (P65) 32 31 AF-macrofunctie (P70) 30 : Macro-zoomfunctie (P70) 29 : MF (P71) 28 Witbalans (P108) 27 Witbalans, fijnafstelling (P110) P 1/30 F2.
Overige 19 Functieknop achterop (P28, 71) 20 Huidige datum en tijd/“: Wereldtijd (P48) Aantal dagen dat verstreken is sinds de vertrekdatum (P49) Locatie (P49) Naam (P87) Leeftijd (P87) 21 Sluitertijd (P27) : Minimum Sluitertijd (P118) 22 Zelfontspanner functie (P73) 23 Lensopening (P27) Zoom (P62): W 24 Programmaschakeling (P28) 25 Belichtingscompensatie (P74) 26 LCD-versterking (P51) „: Auto Power LCD (P51) ECO : Energiebesparing LCD (P54) 27 Intelligent Dynamic Range Control (P118) 28 Snelle AF (P115)
Overige ∫ In Terugspelen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Terugspeelfunctie (P127) 1 2 3 4 5 6 7 8 Beveiligd beeld (P143) Favorieten (P140) VIVID Afgedrukt met tekstaanduiding (P134) 100-0001 20 Photo Style (P104) 1/15 19 1 Beeldgrootte (P106) 18 B/W 9s Kwaliteit (P107) 17 Batterij-aanduiding (P15) 16 Map/bestandsnummer (P157) 15 Ingebouwd geheugen (P19) Verstreken opnametijd (P40): 8m30s ¢ Beeldnummer/Totaal opnamen 14 Bewegende-beeldenopname ¢ (P40): 8m30s Histogram (P52) Belichtingsc
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Houd dit toestel zo ver mogelijk uit de buurt van elektromagnetische apparatuur (zoals magnetrons, televisie, videospelletjes, enz.). • Indien u dit toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen beeld en/of geluid op dit toestel onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven. • Gebruik dit toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel schoonmaakt, de batterij of de DC-koppelaar verwijderen (optioneel), of de stroomstekker uit het stopcontact halen. Vervolgens het toestel afwrijven met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel bevuild is, kan deze schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgeknepen vochtige doek en daarna met een droge doek. • Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zoals benzeen, verdunner, alcohol, keukenschoonmaakmiddelen, enz.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Doe de verwijderde batterij in een plastic zak en verplaats of bewaar deze ver van metalen voorwerpen (paperclips, enz.).
Overige Over 3D ∫ Over het kijken naar 3D Een ieder die hypergevoelig is voor licht, een hartkwaal heeft of zich hoe dan ook onwel voelt, met vermijden naar 3D-beelden te kijken. • Dit kan namelijk een negatieve invloed op een dergelijke gezondheidsstatus hebben. Als u zich moe, ongemakkelijk of op een andere manier niet gewoon voelt terwijl u naar 3D-beelden kijkt, stop dan gelijk met kijken. • Gaat u door met kijken, dan kan dit ziekte tot gevolg hebben.
Overige Kaart De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. De kaart niet plooien of laten vallen. • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen worden. • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of vervoert.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur: (Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40%RH tot 60%RH) • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [DEZE FOTO IS BEVEILIGD] > Het beeld wissen nadat de beveiliginstelling geannuleerd is. (P143) [DEZE FOTO KAN NIET GEWIST WORDEN]/[SOMMIGE FOTO’S KUNNEN NIET GEWIST WORDEN] • Beelden die niet gebaseerd zijn op de DCF-standaard kunnen niet gewist worden.
Overige [STORING GEHEUGENKAART KAART FORMATEREN ?] • Het is een formaat dat niet gebruikt kan worden met dit toestel. > Doe een andere kaart erin. > Formatteer de kaart opnieuw met het toestel, nadat de nodige gegevens opgeslagen zijn op een PC, enz. (P58) De gegevens op de kaart zullen gewist worden. [AUB CAMERA UIT- EN INSCHAKELEN]/[SYSTEEMFOUT] • Dit bericht zal afgebeeld worden wanneer de lens niet goed werkt omdat er kracht opgezet werd met de hand of als de lensbescherming niet stevig erop zit.
Overige [OPNAME BEW. BEELDEN GEANN. SCHRIJFSNELHEID KAART TE BEPERKT] • Gebruik een kaart met SD-snelheidsklassen met “Klasse 4” of hoger wanneer u bewegende beelden opneemt. • Als het voorkomt dat deze stopt zelfs na het gebruik van een “Klasse 4”-kaart of hoger en de schrijfsnelheid van de gegevens verslechterd is, wordt het aangeraden een back-up te maken en vervolgens (P58) te formatteren. • Afhankelijk van het type kaart kan het opnemen van bewegend beeld halverwege stoppen.
Overige Problemen oplossen Probeer als eerste de volgende procedures (P179 tot 188). Als het probleem niet verholpen is kan het verbeterd worden door [RESETTEN] (P56) te selecteren in het [SET-UP] menu. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is. • De batterij is leeg. De batterij opladen. • Als u het toestel aanlaat, zal de batterij opgaan. > Schakel het toestel vaal uit d.m.v. de [BESPARING], enz.
Overige Het beeld is te licht of te donker. > Controleer de instelling van de belichtingscompensatie. (P74) • Instellen van de [KORTE SLUITERT.] hogere snelheid zou het beeld donkerder kunnen maken. > Stel de [KORTE SLUITERT.] (P118) in op langzamere snelheid. Er worden in één keer meervoudige beelden opgenomen. > De witbalansbracketinstellingen ongedaan maken (P111). > Zet Auto Bracket (P75) of [BURSTFUNCTIE] (P119) van het [OPNAME] menu op [OFF].
Overige De helderheid of tint van het opgenomen beeld verschilt van het echte. • Wanneer u onder fluorescente of LED-verlichting-inrichting enz. opneemt, zou het verhogen van de sluitertijd kleine veranderingen m.b.t. de helderheid en de kleur met zich mee kunnen brengen. Deze veranderingen zijn een resultaat van de eigenschappen van de lichtbron en duiden niet op storing. Wanneer u beelden maakt of de sluiterknop half indrukt, zouden er roodachtige strepen kunnen verschijnen op de LCD-monitor.
Overige Lens Het opgenomen beeld zou vervormd kunnen worden of er zou zich een kleur om het onderwerp kunnen bevinden die er niet hoort. • Het is mogelijk dat het onderwerp enigszins vervorm is of dat de randen gekleurd worden, afhankelijk van de zoomvergroting, wegens de kenmerken van de lens. De omlijningen van het beeld zouden vervormd eruit kunnen zien omdat het perspectief verbeterd is wanneer de brede hoek gebruikt is. Dit is geen storing.
Overige Flits De flits is niet geactiveerd. • Is de flits gesloten? > Druk op [ OPEN] om de flits te openen. (P65) • De flitsfunctie is niet beschikbaar wanneer auto bracket (P75) of [BURSTFUNCTIE] (P119) in [OPNAME] functiemenu ingesteld is. De flits wordt meerder keren geactiveerd. • De flits wordt twee maal geactiveerd wanneer de rode-ogenreductie (P66) ingesteld is.
Overige Met een Kalenderzoektocht, worden de beelden afgebeeld op data die verschillen van de werkelijke data waar de beelden op gemaakt werden. • Is de klok van de camera goed ingesteld? (P22) • Wanneer beelden bewerkt worden m.b.v. een PC of er beelden gezocht worden die met andere apparatuur gemaakt zijn, kunnen deze afgebeeld worden met data die verschillen van de eigenlijke data waarop de beelden gemaakt werden. Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld.
Overige TV, PC en printer Het beeld verschijnt niet op de televisie. • Is het toestel correct op de TV aangesloten? > De TV-input instellen op extern. De displayzones op het TV scherm en de LCD-monitor van het toestel verschillen. • Afhankelijk van het TV-model, kunnen de beelden horizontaal of verticaal uitgetrokken zijn of kunnen ze afgebeeld worden met stukken van de rand eraf geknipt. Bewegende beelden kunnen niet op een TV afgespeeld worden.
Overige De kaart wordt niet herkend door de PC. (Het ingebouwde geheugen wordt wel herkend.) > De USB-kabel losmaken. Maak de kabel pas vast als de kaart in het toestel zit. De kaart wordt niet door de PC herkend. (er wordt een SDXC-geheugenkaart gebruikt) > Controleer of uw PC compatibel is met SDXC-geheugenkaarten. http://panasonic.net/avc/sdcard/information/SDXC.html > Er kan tijdens de aansluiting een bericht getoond worden waarin u verzocht wordt de kaart te formatteren. Doe dit niet.
Overige Overige Als het toestel geschud wordt, klinkt een ratelend geluid. In de volgende gevallen is er niets met de camera aan de hand, maak u dus geen zorgen. • U hoort een ratelend geluid als het toestel geschud wordt terwijl de stroom uitgeschakeld is of tijdens het afspelen (geluid van de bewegende lens). • Wanneer het toestel aan- of uitgezet wordt, of wanneer men van Opnamemodus naar Afspeelmodus schakelt, is er een ratelend geluid (geluid van het diafragma).
Overige De lens klikt. • Wanneer de helderheid verandert wegens bewegen van de zoom of het toestel enz., kan de lens klikken en kan het beeld op het scherm drastisch veranderen. Het beeld wordt echter niet beïnvloed. Het geluid wordt veroorzaakt door de automatische afstelling van de opening. Dit is geen storing. De klok is opnieuw ingesteld. • Als u het toestel niet voor lange tijd gebruikt, kan de klok opnieuw ingesteld worden. > [AUB KLOK INSTELLEN] wordt weergegeven. Stel de klok opnieuw in.
• SDXC logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. • “AVCHD” en het “AVCHD” logo zijn handelsmerken van Panasonic Corporation en Sony Corporation. • Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. Dolby en het symbool double-D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. • HDMI, het HDMI logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC in de Verenigde Staten en andere landen. • HDAVI Control™ is een handelsmerk van Panasonic Corporation.