Operating Instructions
Basiskennis
- 48 -
¢1 De instellingen die geselecteerd kunnen worden kunnen geselecteerd worden verschillen
van wanneer er andere [OPNAME] functies gebruikt worden.
¢2 Als een gezicht niet herkend wordt, zal het vastgezet worden op [ ] bij het maken van
foto’s, of op [
Ø] bij het opnemen van bewegende beelden.
¢3 Vaststellen op [MODE 1] tijdens opname van bewegend beeld.
• De volgende functies kunt u niet gebruiken.
– [AUTO LCD UIT]/Auto Bracket/Flitsoutput-afstelling/Witbalans fijne afstelling/Witbalans
Bracket/[AF/AE VERGR.]/[KORTE SLUITERT.]/[DIG. ZOOM]/[FOTO INST.]/[HISTOGRAM]/
Buitenbeeldweergave
• [CONVERSIE] in het [OPNAME] functiemenu, en de andere items in het [SET-UP] menu,
kunnen ingesteld worden in een functie zoals de Programma AE functie. Wat ingesteld wordt,
zal teruggevonden worden in de Intelligente automatische functie.










