Operating Instructions
51
Opnamemodussen
(DUT) SQT0204
Toepasbare modi:
U kunt zones controleren die met wit verzadigd zijn door genoemde zones weer te geven
met een bepaald luminantieniveau in zebrapatroon. U kunt ook een minimum
luminantieniveau (helderheid) instellen dat als zebrapatroon verwerkt moet worden.
Optische beeldstabilisator
De camera detecteert het schudden tijden de opname en corrigeert dit automatisch. U
kunt dus beelden opnemen die minder bewogen zijn.
Bevestig dat de O.I.S.-schakelaar op [ON] gezet is.
∫ Instelling van de stabilisator in het [Opname]-menu
1
Selecteer het menu.
2
Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op
[MENU/SET] drukken.
Controleren van zones met een verzadiging met wit ([Zebrapatroon])
> [Voorkeuze] > [Zebrapatroon]
[ZEBRA1]
Geeft zones boven een bepaald luminantieniveau weer
met een naar rechts hellend zebrapatroon
[ZEBRA2]
Geeft zones boven een bepaald luminantieniveau weer
met een naar links hellend zebrapatroon
[OFF] —
[SET]
Stelt het minimum helderheidsniveau voor ieder zebrapatroon in
[Zebra 1]/[Zebra 2]
Druk op
3
/
4
om de helderheid te selecteren en druk op [MENU/SET].
> [Opname] > [Stabilisatie]
[]
([Normaal])
Verticaal en horizontaal schudden wordt gecompenseerd.
[]
([Panning])
Toestel schudden wordt gecorrigeerd voor op/neerbewegingen.
Deze functie is ideaal voor panning (een methode voor het maken van
opnamen waarbij het toestel gedraaid wordt om de bewegingen te volgen
van een onderwerp dat blijft bewegen in een vaste richting).
MENU
MENU
DMC-FZ1000_EGEF-SQT0204_dut.book 51 ページ 2014年7月14日 月曜日 午前8時16分










