Operating Instructions

- 71 -
Geavanceerd (Opnamebeelden)
[OPNAME] functie: ¿
Beelden maken die met de scène die opgenomen
wordt overeenkomen (Scènefunctie)
Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde
situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de
gewenste opname.
Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar [!] en druk
vervolgens op [MODE].
Raak [SCÈNE-MODUS] aan.
Selecteer scènefunctie.
Er kan van menuscherm veranderd worden door
[3]/[4] aan te raken.
Het menuscherm schakelt over naar het
opnamescherm in de ingestelde scènefunctie.
Over de informatie
[ ] wordt weergegeven als [ ] aangeraakt wordt en een
beschrijving van de geselecteerde Scene Mode wordt
weergegeven als dit aangeraakt wordt in stap
3.
Veranderen van Scene Mode
Raak in het opnamescherm van Scene Mode [ ] aan om
terug te keren naar stap
3.
Aantekening
De flitsinstelling van de scènefunctie wordt weer op de begininstelling gezet wanneer de
scènefunctie veranderd wordt.
Wanneer u een opname maakt met een scènefunctie dat niet geschikt is voor dat doeleinde,
kan de tint van het beeld verschillen van de werkelijke scène.
De volgende items kunnen niet ingesteld worden in de scènefunctie omdat het toestel ze
automatisch op de optimale instelling zet.
[GEVOELIGHEID]/[ISO-LIMIET]/[I. EXPOSURE]/[KORTE SLUITERT.]/[I.RESOLUTIE]/
[KLEURFUNCTIE]
Sluitertijd voor scènefuncties met uitzondering van [PANORAMA ASSIST], [SPORT],
[NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [KAARSLICHT], [BABY1]/[BABY2], [HUISDIER],
[FLITS-BURST], [STERRENHEMEL], [VUURWERK], [SNEEUW] en [HOGE DYNAMIEK]
zullen van 1/4ste van een seconde tot 1/2000ste van een seconde zijn.
U kunt foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie (P43).
Het is mogelijk om de scherpte of de belichting in te stellen met gebruik van de Touch
AF/AE-functie als de Touch shutter-functie op [ ] staat.
SCN
×