Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

Geavanceerd (Opnamebeelden)
- 59 -
∫ Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken
•
Het beschikbare flitsbereik is een benadering.
¢1 Wanneer [ISO-LIMIET] ingesteld is op [AUTO].
¢2 Het is mogelijk op te nemen met zoomvergroting tot 4k. Beelden die gemaakt zijn met Tele
zouden donkerder dan normaal kunnen zijn.
• In [H. GEVOELIGH.] (P83) in scènefunctie, schakelt de ISO-gevoeligheid automatisch naar
tussen [ISO1600] en [ISO6400] en verandert het flitsbereik ook.
Breed: Ongeveer 1,15 m tot ongeveer 14,9 m
Tele: Ongeveer 1,0 m tot ongeveer 5,6 m
• In [FLITS-BURST] (P84) in scènefunctie, schakelt de ISO-gevoeligheid automatisch naar
tussen [ISO100] en [ISO3200] en verschilt het beschikbare flitsbereik ook.
Breed: Ongeveer 60 cm tot ongeveer 5,1 m
Tele: Ongeveer 1,0 m tot ongeveer 1,9 m
∫ Stel de flitsoutput af
Stel de flitsoutput af wanneer het onderwerp klein is, of de terugkaatsing zeer hoog of laag
is.
1 Raak [ ] aan en raak vervolgens [ ] aan.
2 Stel de flitsoutput in door de schuifbalk aan te raken.
•
U kunt afstellen van [j2 EV] tot [i2 EV] in stappen van [1/3 EV].
• Kies [0 EV] om de oorspronkelijke flitswerking in te stellen.
3 Raak [INST.] aan om te eindigen.
4 Raak [ANNUL] aan om te eindigen.
•
U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te
sluiten.
Aantekening
•
Wanneer de flitsoutput afgesteld wordt, verschijnt de flitsoutputwaarde op het scherm.
• De flitswerkinginstellingen worden opgeslagen ook als u de camera uitzet.
• U kunt [FLITSER] niet instellen in de volgende gevallen.
– Intelligente automatische functie
– In [LANDSCHAP], [PANORAMA ASSIST], [NACHTL. SCHAP], [NACHTOP. UIT HAND],
[ZONSONDERG.], [FLITS-BURST], [STERRENHEMEL], [VUURWERK] en [LUCHTFOTO]
in de scènefunctie
ISO-gevoelig
heid
Beschikbaar flitsbereik
Breed Tele
AUTO 60 cm tot 7,4 m 1,0 m tot 2,8 m
¢
1
ISO100 60 cm tot 1,8 m
¢
2
ISO200 60 cm tot 2,6 m 1,0 m
ISO400 60 cm tot 3,7 m 1,0 m tot 1,4 m
ISO800 80 cm tot 5,2 m 1,0 m tot 2,0 m
ISO1600 1,15 m tot 7,4 m 1,0 m tot 2,8 m










