Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 54 -
Geavanceerd (Opnamebeelden)
Geavanceerd (Opnamebeelden)
Over de LCD-monitor
Raak [ ] aan om te veranderen.
• Tijdens de terugspeelzoomfunctie (P50), als u bewegende
beelden terugspoelt (P140) en tijdens een diavoorstelling
(P133), kunt u alleen kiezen tussen “Normale weergave E”
of “Geen weergave G”.
In opnamefunctie
In terugspeelfunctie
¢1 Als het [HISTOGRAM] in [SET-UP] menu ingesteld is op [ON], zal histogram afgebeeld
worden.
¢2 Het zal tussen beschikbare opnametijd en aantal opneembare beelden schakelen als [ ]
aangeraakt wordt.
¢3 Het patroon van de richtlijnen die afgebeeld worden door de instelling [RICHTLIJNEN] in
[SET-UP] menu instellen. U kunt ook instellen of u de opnameinformatie wel of niet
afgebeeld wilt hebben wanneer de richtlijnen afgebeeld worden.
¢4 De volgende iconen zullen zichtbaar blijven als u gedurende een bepaalde tijd geen
handelingen verricht.
In opnamefunctie
–
[ ]/[ ]/[ ]
In terugspeelfunctie
–
[ ]/[ ]
¢5 De naam van de persoon die in [GEZICHT HERK.] geregistreerd is, wordt weergegeven als
[ ] aangeraakt wordt.
A
Normale weergave
¢
1, 2
B
Normale weergave
¢
1, 2
C Geen weergave
¢
4
D
Non-display
(Opnamerichtlijn)
¢
1, 3, 4
E
Normale weergave
F Display met
opname-informatie
¢
1
G Geen weergave
¢
4, 5
×
×
×
×
R1m24sR1m24sR1m24s
AUTOAUTOAUTO
77
0
0
AUTOAUTOAUTO
0
0
0
0
0
0
10:00 1.DEC.201010:00 1.DEC.201010:00 1.DEC.2010 10:00 1.DEC.201010:00 1.DEC.201010:00 1.DEC.2010
AWBAWB
ISOISO
100100
AWB
ISO
100
100
_
0001100100
_
00010001100
_
0001
1/71/71/7
100
_
0001100100
_
00010001100
_
0001
1/71/71/7
F2.2 1/100F2.2 1/100F2.2 1/100
×










