Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 44 -
Basiskennis
[OPNAME] Functie:
Opnames maken met scherpte en belichting
ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
Het is mogelijk de focus en belichting in te stellen op het op het aanraakpaneel
gespecificeerde onderwerp.
Als [AF MODE] (P116) op [ ] staat (tracking AF), is het mogelijk om door te gaan met het
automatisch bijstellen van scherpte en belichting van het onderwerp, ook al beweegt het
onderwerp.
Stel [AF MODE] (P116) in vanuit het opnamemenu.
• De AF-zone kan naar ongeacht welke positie op het beeldscherm verplaatst worden. (kan
niet op de rand van het beeldscherm ingesteld worden)
• Raak [ ] aan om terug te gaan naar de originele focusstand.
Raak het onderwerp aan waarop u wilt scherp stellen.
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop
helemaal in om de opname te maken.
Aantekening
•
Het mislukken van Touch AF/AE kan in de volgende gevallen afhankelijk zijn van de
opnameomstandigheden.
– Wanneer het onderwerp te klein is
– Wanneer de opnamelocatie te donker is
– Wanneer het onderwerp te snel beweegt
– Wanneer een ander onderwerp of achtergrond in kleur op het onderwerp lijkt
– Wanneer er zich golfstoring voordoet
– Wanneer u de zoom gebruikt
• De meest geschikte scène voor het aangeraakte onderwerp wordt in Intelligent Auto Mode
geselecteerd.
[AF MODE] Werking bij aanraking
[š]: Gezichtsdetectie/
[ ]: 11-zonefocussing/
[ƒ]: 1-zone-focussing
(hoge snelheid)
/
[Ø]: 1-zone-focussing/
[Ù]:Punt-focussing
• In [š] (gezichtsdetectie)
wordt de AF-zone geel
wanneer deze wort
aangeraakt.
• Wanneer het ingesteld
wordt op iets anders dan
[Ù] (spot), wordt
AF-zone [Ø] (1-zone)
weergegeven.
• Wanneer het ingesteld
wordt op [Ù] (spot),
wordt AF-zone [Ù]
(spot) weergegeven.
Voorbeeld: als AF-zone op
[Ø] gezet is (1-zone)
[ ]:AF-opsporing
• De AF-zone wordt geel en het onderwerp wordt vergrendeld.
Het toestel zal de scherpte en de belichting continu
automatisch instellen en de beweging van het onderwerp
volgen (motion tracking)
Raadpleeg P118 voor details.










