Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

Basiskennis
- 37 -
Het is mogelijk om per onderwerp de focus en belichting in te stellen. De focus en
belichting zullen het onderwerp automatisch blijven volgen, ook als het beweegt.
1 Raak het onderwerp aan.
•
Het frame van AF-tracking zal geel weergegeven worden en
bepalen welke scène het meest geschikt is voor het vergrendelde
onderwerp.
• AF-Tracking wordt gewist als [ ] aangeraakt wordt.
2 Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te
maken.
Aantekening
•
[GEZICHT HERK.] werkt niet tijdens AF-opsporing.
• Gebruik AF Tracking met geannuleerde Touch Shutter-functie (P43).
• Gelieve de Aantekening m.b.t. de AF-opsporing lezen op P118.
∫ [OPNAME] functiemenu
[FOTO RES.]
¢1
(P109)/[KLEUR EFFECT]
¢1
(P122)/[GEZICHT HERK.] (P96)/[ANTI
BLUR]
•
[KLEUR EFFECT] kan de kleureffecten van [STANDARD], [Happy], [B/W] of [SEPIA] instellen.
Als [Happy] gekozen wordt, is het mogelijk een foto te maken die automatisch een hoger
niveau van helderheid heeft voor de helderheid en de levendigheid van de kleur.
• Als [ANTI BLUR] op [ON] staat, zal het toestel automatisch proberen
om de wazigheid te reduceren door een optimale sluitersnelheid te
selecteren, al naargelang de beweging van het onderwerp. Merk op
dat het beeldformaat met deze instelling verkleind kan worden. [ ]
wordt op het opnamescherm weergegeven als [ANTI BLUR] ingesteld
is.
∫ [BEWEGEND BEELD] functiemenu
[OPNAMEFUNCTIE] (P93)/[OPN. KWALITEIT]
¢1
(P93)
∫ Menu [SET-UP]
[KLOKINST.]/[WERELDTIJD]/[TOON]/[TAAL]/[O.I.S. DEMO]
AF-opsporingsfunctie
Instellingen in intelligente automatische functie










