Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 190 -
Overige
[FOUT INT. GEHEUGEN
FOTM. INT. GEH. ?]
•
Dit bericht zal afgebeeld worden wanneer u het ingebouwde geheugen formatteert op een
PC.
> Formatteer het ingebouwde geheugen op het toestel opnieuw. (P31) De gegevens op het
ingebouwde geheugen zullen gewist worden.
[STORING GEHEUGENKAART
KAART FORMATEREN ?]
•
Het is een formaat dat niet gebruikt kan worden met dit toestel.
> De kaart opnieuw formatteren met het toestel nadat de nodige gegevens op een PC enz.
opgeslagen zijn. (P31)
[AUB CAMERA UIT- EN INSCHAKELEN]/[SYSTEEMFOUT]
•
Dit bericht verschijnt wanneer het toestel niet goed werkt.
> Schakel het toestel uit en aan. Als het bericht blijft, contact opnemen met de dealer of uw
dichtstbijzijnde Servicecentrum.
[PARAMETERFOUT GEHEUGENKAART]/[DEZE GEHEUGENKAART KAN NIET
WORDEN GEBRUIKT.]
> Gebruik een kaart die compatibel is met dit toestel. (P19)
• SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB)
• SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB)
• SDXC-geheugenkaart (48 GB, 64 GB)
[PLAATS SD-KAART OPNIEUW]/[ANDERE KAART PROBEREN A.U.B.]
•
Er heeft zich een fout voorgedaan bij het toetreden van de kaart.
> Voer de kaart opnieuw in.
> Doe een andere kaart erin.
[LEESFOUT/SCHRIJFFOUT
CONTROLEER DE GEHEUGENKAART]
•
Het is niet gelukt gegevens te lezen of te schrijven.
> Verwijder de kaart na het uitschakelen van de stroom [OFF]. Zet de kaart er weer in, zet
de stroom weer aan en probeer de gegevens opnieuw te lezen of te schrijven.
• De kaart zou stuk kunnen zijn.
> Doe een andere kaart erin.
[OPNAME BEW. BEELDEN GEANN. SCHRIJFSNELHEID KAART TE BEPERKT]
•
Gebruik een kaart met SD-snelheidsklasses
¢
met “Class 4” of hoger wanneer u bewegende
beelden opneemt in [AVCHD]. Gebruik bovendien een kaart met een SD-snelheidsklasse
“Class 6” of hoger wanneer u video’s opneemt in [MOTION JPEG].
¢ SD-snelheidsklasse is de snelheidstandaard m.b.t. continu schrijven.
• Als het voorkomt dat deze stopt zelfs na het gebruik van een “Class 4”-kaart of hoger en de
schrijfsnelheid van de gegevens verslechterd is, wordt het aangeraden een back-up te maken
en vervolgens (P31) te formatteren.
• Afhankelijk van het type kaart kan het opnemen van bewegend beeld halverwege stoppen.










