Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 132 -
Geavanceerd (Terugspelen)
∫ Bewerken van burst-beeldengroepen
Alle beelden in de burst-beeldengroep worden in één keer bewerkt.
•
Voor burstbeeldgroepen, kan het volgende bewerkingsmenu gebruikt worden.
– [TITEL BEW.] (P143), [TEKST AFDR.] (P146), [NW. RS.] (P149), [FAVORIETEN] (P154),
[PRINT INST.] (P156), [BEVEILIGEN] (P158), [GEZ.HERK. BEW.] (P159), [KOPIE] (P160)
1 Druk op het gewone afspeelscherm op [MENU].
2 Selecteer het item in het [AFSPELEN] menu.
3 Selecteer [ENKEL] of [MULTI].
∫ Over de weergave van de iconen [FAVORIETEN], [PRINT INST.] en [BEVEILIGEN]
tijdens het afspelen van een burst-beeldengroep.
Als [FAVORIETEN]
(P154), [PRINT INST.] (P156) of [BEVEILIGEN] (P158) voor ongeacht
welk beeld in een burst-beeldengroep ingesteld wordt, zullen de volgende iconen op het
bovenste scherm van de groep getoond worden.
Aantekening
•
[BIJSNIJD.] en [LEVELING] is niet mogelijk om in één keer op een burst-beeldengroep uit te
voeren.
• Beelden waarvoor [TEKST AFDR.], [NW. RS.], [BIJSNIJD.], of [LEVELING] uitgevoerd werd,
zullen apart van de burst-beelden bewaard worden.
• Als alle beelden behalve één gewist worden, zal dat ene beeld bewaard worden als afzonderlijk
beeld en niet als burst-beeldengroep.
4 Selecteer een beeld met het burst-icoon [˜] A en bewerk
het.
•
U kunt meerdere beelden van een burst-beeldengroep selecteren
en andere beelden door [MULTI] te selecteren bij stap
3.
Zie voor details over de verschillende wijzen van
beeldbewerking “Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken”.
Beginscherm voor
burstbeeldgroep
[FAVORIETEN] [PRINT INST.] [BEVEILIGEN]
A Het totaalaantal van alle beelden dat opgeslagen is in de burstbeeldgroep.
B Aantal beelden in een bepaalde burst-beeldengroep zal de instelling ondergaan.
C Totale aantal afdrukken voor de gehele burst-beeldengroep.
• Als bijvoorbeeld in een groep 2 burst-beelden 3 keer afgedrukt moeten worden, dan zal
hier een “6” verschijnen.
A










