Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

Geavanceerd (Opnamebeelden)
- 123 -
Voor details over [OPNAME] functiemenu, P22 raadplegen.
De beeldresolutie instellen.
Toepasbare functies:
Aantekening
•
Wammeer u beelden maakt op donkere plekken, zou er beeldruis op kunnen treden. Als
beeldruis een probleem wordt, raden we aan dat u beelden maakt na het vergroten van de
instelling voor [RUISREDUCTIE] of het verlagen van de instelling voor elk van de items
afgezien van [RUISREDUCTIE].
[FOTO INST.]
[CONTRAST]:
[r]: Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld.
[s]: Vermindert het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld.
[SCHERPTE]:
[r]: Het beeld is zeer scherp.
[s]: Het beeld is onscherp.
[VERZADIGING]:
[r]: De kleuren van het beeld zijn levendig.
[s]: De kleuren van het beeld zijn natuurlijker.
[RUISREDUCTIE]:
[r]: Versterkte geruisvermindering.
De beeldresolutie kan een beetje minder worden.
[s]: Minder geruisvermindering.
U kunt opnamen met een betere resolutie maken.










