Operating Instructions

Table Of Contents
Geavanceerd (Opnamebeelden)
- 115 -
Automatische witbalans
Afhankelijk van de dominante omstandigheden waarin beelden gemaakt worden, kunnen
de beelden een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Bovendien wanneer er
meerdere lichtbronnen gebruikt worden of er niets is met een kleur die in de buurt van wit
zit, kan de automatische witbalans niet goed kunnen werken. In zo een geval, de
witbalans instellen op een andere functie dan [AWB].
1 De automatische witbalans zal met dit bereik werken
2 Blauwe lucht
3 Bewolkte lucht (Regen)
4 Schaduw
5 Zonlicht
6 Wit fluorescerend licht
7 Gloeilamp
8 Zonsopgang en zonsondergang
9 Kaarslicht
KlKelvintemperatuur en kleuren
Instellen van de kleur temperatuur
U kunt de kleurtemperatuur handmatig instellen voor het
maken van natuurlijke beelden in verschillende
lichtomstandigheden. De lichtkleur wordt gemeten als een
nummer in graden Kelvin. Wanneer de kleurtemperatuur hoog
wordt, wordt het beeld blauwachtig en wanneer de
kleurtemperatuur laag wordt, wordt het beeld roodachtig.
1 Selecteer [ ] en raak vervolgens [WB K INST.] aan.
2 Raak de instelstaaf van de kleurtemperatuur aan.
U kunt de waarde ook instellen door [3]/[4] aan te raken.
U kunt de kleur temperatuur instellen van [2500K] tot [10000K].
3 Raak [INST.] aan.
4 Raak [INST.] aan om terug te keren naar het menuscherm.
5 Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten.
U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
1)
2)
3)
4)
5)
6)
7)
8)
9)