Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie)
- Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie
- Opnames maken met scherpte en belichting ingesteld op het onderwerp (Touch AF/AE)
- Beelden maken met de zoom
- Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.])
- Beelden wissen
- Geavanceerd (Opnamebeelden)
- Over de LCD-monitor
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE)
- Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE)
- Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting)
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken met Auto Bracket
- Opnamen maken met de burstfunctie
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- [PORTRET]
- [GAVE HUID]
- [TRANSFORMEREN]
- [ZELFPORTRET]
- [LANDSCHAP]
- [PANORAMA ASSIST]
- [SPORT]
- [NACHTPORTRET]
- [NACHTL. SCHAP]
- [NACHTOP. UIT HAND]
- [VOEDSEL]
- [PARTY]
- [KAARSLICHT]
- [BABY1]/[BABY2]
- [HUISDIER]
- [ZONSONDERG.]
- [H. GEVOELIGH.]
- [FLITS-BURST]
- [STERRENHEMEL]
- [VUURWERK]
- [STRAND]
- [SNEEUW]
- [LUCHTFOTO]
- [SPELDENPRIK]
- [ZANDSTRAAL]
- [HOGE DYNAMIEK]
- [FOTO FRAME]
- Opname Bewegend Beeld
- Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie
- Nuttige functies op reisbestemmingen
- Het functiemenu [OPNAME] gebruiken
- Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken
- Tekst Invoeren
- Geavanceerd (Terugspelen)
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 114 -
Geavanceerd (Opnamebeelden)
∫ De witbalans handmatig instellen
Stel de ingestelde witbalanswaarde in. Een gebruik voor het overeen doen komen van de
omstandigheid waarin u foto’s maakt.
1 Selecteer [ ] en raak vervolgens [ ] aan.
2 Richt het toestel op een wit vel papier, enz., zo dat
het frame in het midden alleen met wit gevuld
wordt en raak vervolgens [INST.] aan.
•
Als het onderwerp te helder of te donker is, kan het zijn
dat u er niet in slaagt de witbalans in te stellen. Als dat
zo is, stel dan de juiste helderheid in en stel de
witbalans opnieuw in.
∫ De witbalans fijn afstellen
U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone
witbalans.
1 Selecteer [ ]/[ ]/[ ]/[ ]/[ ]/[ ]/[ ] in
Witbalans en raak [ ] aan.
2 Aanraken binnen de frame om fijn af te stellen.
3 Raak [INST.] aan.
4 Raak [INST.] aan om terug te keren naar het menuscherm.
5 Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten.
•
U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
Aantekening
•
Als u de witbalans fijn afstelt op A (amber), zal de icoon van de witbalans op de LCD-monitor
oranje worden. Als u de witbalans fijn afstelt op B (blauw), zal de icoon van de witbalans op de
LCD-monitor blauw worden.
• Als u de witbalans fijn afstelt op G_ (groen) of M` (magenta), verschijnt er [_] (groen) of [`]
(magenta) naast de icoon van de witbalans op de LCD-monitor.
• Selecteer het middenpunt als u de witbalans niet fijn aan het afstellen bent.
• U kunt de Witbalans onafhankelijk nauwkeurig afstellen voor elke Witbalansfunctie.
• De instelling voor het nauwkeurig afstellen van de Witbalans wordt door het beeld gebruikt
wanneer u de flits gebruikt.
• De fijnafstelling van de Witbalans blijft ook opgeslagen als u de camera uitzet.
• Het fijne afstelniveau van de witbalans doet terugkeren naar de standaard instelling
(middenpunt) in de volgende gevallen.
– Wanneer u de witbalans terugzet in [ ]
– Wanneer u de kleur temperatuur handmatig terugzet in [ ]
• De fijne instelling van de witbalans kan niet ingesteld worden voor [B/W], [SEPIA], [COOL] en
[WARM] in [KLEUR EFFECT].
A (AMBER: ORANJE)
B (BLAUW: BLAUWACHTIG)
G_ (GROEN: GROENACHTIG)
M` (MAGENTA: ROODACHTIG)
SET
AWB
SET










