Operating instructions
54 VQT2X66 VQT2X66 55
Fotograferen met een flitser
Opnamemodus:
Type, bewerkingen Toepassingen
[AUTO]
• Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst.
Normaal gebruik
[AUTO/RODE-OG]
∗
1
• Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst
(met rode-ogenreductie).
Onderwerpen in een donkere
omgeving fotograferen
[FLITS ALTIJD AAN]
• Altijd flitsen
Fotograferen met achtergrondlicht
of onder felle lampen (bijvoorbeeld
tl-licht)
[GDW. AAN/RODE-OG]
∗
1
• Altijd flitsen (met rode-ogenreductie)
[LNGZ. SY./RODE-OG]
∗
1
•
Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst (met rode-
ogenreductie en lange sluitertijd voor meer helderheid).
Onderwerpen fotograferen tegen een
nachtlandschap (statief aanbevolen)
[GEDWONGEN UIT]
• Nooit flitsen
Plaatsen waar u niet mag flitsen
∗
1
De flitser wordt twee keer geactiveerd. Stop met bewegen voordat de tweede keer wordt geflitst.
Het interval tussen de flitsen varieert, afhankelijk van de helderheid van het onderwerp.
Wanneer [RODE-OGEN CORR] wordt geactiveerd in het opnamemenu, wordt het pictogram
weergegeven, worden rode ogen automatisch gedetecteerd en worden de fotogegevens
gecorrigeerd. (Alleen wanneer [AF MODE] is ingesteld op (gezichtsdetectie).)
●
De sluitertijden zijn als volgt:
• , , , : 1/60 - 1/1600
• , : 1/8
∗
2
- 1/1600
∗
2
Max. 1/4 sec. wanneer [ ] onder [GEVOELIGHEID] is ingesteld; max. 1 sec. wanneer
[STABILISATIE] op [OFF] is ingesteld of wanneer er weinig onscherpte is. Varieert ook afhankelijk
van de modus [INTELLIGENT AUTO], de scène in [SCÈNE MODE] en de zoompositie.
●
Het effect van de rode-ogenreductie varieert, afhankelijk van het onderwerp, en wordt beïnvloed
door factoren zoals afstand tot het onderwerp, of het onderwerp tijdens de voorflits naar de camera
kijkt enzovoort. In sommige gevallen is het effect van de rode-ogenreductie verwaarloosbaar.
●
Zorg voor een minimale afstand
van 1 m. als u flitsopnamen
maakt van kleine kinderen.
Geef [FLITS] weer
Selecteer het gewenste type
(Kan ook worden
geselecteerd
met ►.)
(
Voorbeeld: [Modus [NORMALE FOTO]
(
))
Het menuscherm wordt ongeveer
5 seconden weergegeven. Items
die u in deze periode selecteert,
worden automatisch geselecteerd.
■
Beschikbare typen per modus (○: beschikbaar, —: niet beschikbaar,
○
: standaardinstelling)
[SCÈNE MODE]
○○
∗
3
○○○○○
-
○
--
○○○
-
○○○○
○
-
○○○○
-----
○
------
○
○
-
○○○○○
-
○
--
○○○○○○○○
---------
○○
--------
-------
○
-
○○
--------
○○○○○○○○○○○○○○
-
○○○○
∗
3
Stel in op (Auto), (Auto/rode-og), (Lngz. sy./rode-og) of (Langz. sync.),
afhankelijk van het onderwerp en de helderheid.
• De flitser kan niet worden gebruikt in de filmmodus en in deze scènemodi: , ,
, , , en .
■
Scherpstelgebied afhankelijk van ISO-gevoeligheid en zoom
Scherpstelgebied
Max. W (groothoek) Max. T (tele)
[GEVOELIGHEID]
(→74)
[
]
ongeveer. 0,3 m - 4,9 m ongeveer. 0,5 m - 2,9 m
ISO80 ongeveer. 0,3 m - 1,0 m ongeveer. 0,5 m - 0,6 m
ISO100 ongeveer. 0,3 m - 1,2 m ongeveer. 0,5 m - 0,7 m
ISO200 ongeveer. 0,4 m - 1,7 m ongeveer. 0,5 m - 1,0 m
ISO400 ongeveer. 0,6 m - 2,4 m ongeveer. 0,6 m - 1,4 m
ISO800 ongeveer. 0,8 m - 3,4 m ongeveer. 0,6 m - 2,0 m
ISO1600 ongeveer. 1,15 m - 4,9 m ongeveer. 0,9 m - 2,9 m
[H. GEVOELIGH.] in
[SCÈNE MODE] (→64)
ISO1600-
ISO6400
ongeveer. 1,15 m - 9,8 m ongeveer. 0,9 m - 5,8 m
[FLITS-BURST] in
[SCÈNE MODE] (→65)
ISO100-
ISO3200
ongeveer. 0,3 m - 3,2 m ongeveer. 0,5 m - 1,9 m
●
Raak de flitser niet aan en kijk er niet van dichtbij (een paar cm) in (→19).
Flits niet dicht in de buurt van andere onderwerpen (warmte en licht kunnen
schadelijk zijn voor het onderwerp).
●
Flitsinstellingen kunnen veranderen als u een andere opnamemodus kiest.
●
Wanneer [ ] is ingesteld onder [GEVOELIGHEID], wordt de ISO-gevoeligheid
automatisch ingesteld in een bereik tot 1600.
●
Als u een andere scènemodus kiest, worden de standaardflitsinstellingen hersteld.
●
Als er moet worden geflitst, worden de flitstypesymbolen (bijvoorbeeld ) rood als u
de ontspanknop half indrukt.
●
Er kunnen geen foto’s worden gemaakt als deze symbolen knipperen (flitser wordt
opgeladen) (bijvoorbeeld ).
●
Onvoldoende bereik van de flitser kan worden veroorzaakt door niet goed ingestelde
belichting of witbalans.
●
Het flitseffect wordt mogelijk niet volledig bereikt bij korte sluitertijden.
●
Het opladen van de flitser kan even duren als de batterij bijna leeg is, of als de flitser
enkele keren achter elkaar wordt gebruikt.










