Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de opnamemodus
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie)
- Het focussen
- Opname Bewegend Beeld
- Beelden terugspelen ([Normaal afsp.])
- Bewegende beelden terugspelen
- Beelden wissen
- Menu instellen
- Over het set-up Menu
- Opnemen
- Over de LCD-monitor
- Gebruik van de Zoom
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken ([Macro-AF]/[Macro zoom])
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken die eruit zien als diorama's (Miniatuureffect-functie)
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- Tekst Invoeren
- Gebruik van het [Opname] Menu
- Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu
- Afspelen/Bewerken
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 77 -
Afspelen/Bewerken
Afspelen/Bewerken
Diverse afspeelmethoden
U kunt de gemaakte foto’s op diverse manieren afspelen.
Schuif de REC/PLAY-schakelaar naar [(] en druk vervolgens op
[MODE].
Druk op 3/4/2/1 om een item te selecteren en druk vervolgens op
[MENU/SET].
• De volgende items kunnen geselecteerd worden.
[]([Normaal afsp.]) (P32)
[]([Diashow]) (P78)
[]([Afspelen filteren]) (P80)
[]([Kalender]) (P81)










