Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de opnamemodus
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie)
- Het focussen
- Opname Bewegend Beeld
- Beelden terugspelen ([Normaal afsp.])
- Bewegende beelden terugspelen
- Beelden wissen
- Menu instellen
- Over het set-up Menu
- Opnemen
- Over de LCD-monitor
- Gebruik van de Zoom
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken ([Macro-AF]/[Macro zoom])
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken die eruit zien als diorama's (Miniatuureffect-functie)
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- Tekst Invoeren
- Gebruik van het [Opname] Menu
- Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu
- Afspelen/Bewerken
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 73 -
Opnemen
Toepasbare modi:
Stelt verschillende kleureffecten in, inclusief het scherper maken van het beeld of het
toepassen van een sepia-tint.
¢1 Deze kan alleen ingesteld worden wanneer de Intelligent Automatische Functie ingesteld is.
¢2 Deze kan alleen ingesteld worden tijdens Normale Beeldfunctie.
[Kleurfunctie]
Instellingen Beschrijving van instellingen
[STANDARD]
Dit is de standaard instelling.
[Happy]
¢1
Beeld met verbeterde helderheid en levendigheid.
[VIVID]
¢2
De opname wordt scherper.
[B&W]
Het beeld wordt zwart-wit.
[SEPIA]
Het beeld wordt sepia.










