Operating Instructions
Table Of Contents
- Inhoud
- Voor Gebruik
- Voorbereiding
- Basiskennis
- Selecteren van de opnamemodus
- Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie)
- Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie)
- Het focussen
- Opname Bewegend Beeld
- Beelden terugspelen ([Normaal afsp.])
- Bewegende beelden terugspelen
- Beelden wissen
- Menu instellen
- Over het set-up Menu
- Opnemen
- Over de LCD-monitor
- Gebruik van de Zoom
- Beelden maken met de ingebouwde flits
- Close-up’s maken ([Macro-AF]/[Macro zoom])
- Opnamen maken met de zelfontspanner
- Belichtingscompensatie
- Beelden maken die eruit zien als diorama's (Miniatuureffect-functie)
- Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie)
- Tekst Invoeren
- Gebruik van het [Opname] Menu
- Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu
- Afspelen/Bewerken
- Aansluiten op andere apparatuur
- Overige

- 27 -
Basiskennis
Het focussen
Richt de AF-zone op het onderwerp en druk
de sluiterknop tot halverwege in.
• De AF-zone zou niet groter afgebeeld kunnen worden voor bepaalde zoomvergrotingen en op
donkere plekken.
∫ Over het focusbereik
Het focusbereik wordt weergegeven als de zoom bediend
wordt.
•
Het focusbereik wordt rood weergegeven als geen scherpstelling
plaatsvindt nadat de sluiterknop tot halverwege ingedrukt is.
Het focusbereik kan geleidelijk veranderen, afhankelijk van de
zoompositie.
bv.: focusbereik tijdens de Intelligent Auto Mode
(DMC-SZ1)
(DMC-FS45)
Focus
Wanneer er scherpgesteld is
op het object
Wanneer er niet
scherpgesteld is op het
object
Focusaanduiding A Aan Knippert
AF-zone B Wit>Groen Wit>Rood
Geluid Biept 2 keer Biept 4 keer
A
B
T
W
5 cm
1.5 m
2 m
9
T
W
5 cm
1 m










