Operating Instructions

Gevorderd (Opnamen maken)
- 94 -
Karakters invoeren
Namen die zijn ingesteld bij [BABY1]/[BABY2] en [HUISDIER] van de scènefunctie of
bij [LOCATIE] van de reisdatum, worden ook opgenomen als de titels. (Er kunnen alleen
alfabetische karakters en symbolen worden ingevoerd.)
1
Open het tekstinvoerscherm.
Voor de naaminstelling bij [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] van de scènefunctie
(P61)
Voor de [LOCATIE]-instelling van de reisdatum (P78)
2
Voer de karakters in.
Als u bijvoorbeeld de letter “E” wilt invoeren, moet u
[DEF] tweemaal aanraken.
Raak [s] aan om afwisselend [A] (hoofdletters), [a]
(kleine letters), [1] (getallen) en [&] (speciale karakters) te
gebruiken.
De cursor bij de invoerpositie kan naar links worden
verschoven door [t] aan te raken, en naar rechts door
[u] aan te raken.
Raak [v] aan als u een spatie wilt invoeren. Raak [WISSEN] aan als u een
ingevoerd karakter wilt wissen.
Raak op elk gewenst moment [ANNUL] aan als u wilt stoppen met het invoeren
van tekst.
Er kunnen maximaal 30 karakters worden ingevoerd.
3
Raak [INST.] aan.
Elk instellingsscherm wordt weer opgeroepen zoals het was.
Opmerking
U kunt tekst ook verschuiven als niet alle geregistreerde tekst op het scherm past.